We blijven in Afghanistan en gaan niet naar de Congo. Daar zitten al VN troepen dus daar is alles helemaal toppie joppie in orde. Bovendien is er weinig te halen. En wat nog heel veel belangrijker is: de Amerikanen hebben ons niet gevraagd om daar eens fijn onze jongens en meisjes aan mootjes te laten hakken.
Nee, de Afghaanse bevolking is blijkbaar van een soort die alle hulp behoeven die we maar bij elkaar kunnen sprokkelen. Dat is pas nuttig en nodig om daar te zijn en te blijven voor het oog van de wereldbevolking en vooral de Amerikanen. En dat heeft helemaal niets te maken met de miljarden aan wit poeder die ze daar verbouwen en het heeft ook helemaal niets te maken met de strategische ligging van het land (doorvoer olie naar de zee).
In de Congo zijn sinds april 2007 5,4 miljoen doden gevallen. Voornamelijk kinderen. Dat zijn wel heel veel tsunami’s en aardbevingen bij elkaar. Wie nog meer wil lezen, met name over de gevolgen voor de vrouwen en kinderen in dit land, verwijs ik graag naar een artikel in de New York Times.
Gelukkig heeft de Partij van de Arbeid een mogelijkheid gevonden om zonder gezichtsverlies en zonder hun belofte te breken toch in Afghanistan te blijven. Wat een fijn plan zeg! We moeten daar mensen gaan opleiden. Eerst soldaten natuurlijk en politie-agenten. Nee, vechten doen we dan niet meer. Als er op ons geschoten wordt dan gaan we er niet op af. En we laten buttons maken die iedereen kan dragen met daarop: “Geen bermbommen svp.”
Dat helpt hoor. Wist je dat niet? En trouwens, moeten we dan de nabestaanden van de omgekomen soldaten gaan vertellen dat het allemaal voor niks is geweest? Het zou geen kwaad kunnen daar eens eerlijk over te zijn.
Maar we hadden het over Congo. Oh nee, we gaan het niet over Congo hebben.
Dat is waar ook. Daar hebben we het nou juist niet over.
De straatnamen zijn niet de echte. Maar de rest is helemaal waar.
Geachte dames en heren van de gemeente,
Een aantal weken geleden kregen wij de sleutel van ons nieuwe huis aan de Dorpstraat te Ons Dorp en half maart gaan wij echt verhuizen.
Zo af en toe komt er een leverancier of woninginrichter om het één en ander te doen. Het valt ons op dat al deze mensen zich een ongeluk zoeken naar ons adres.
En eigenlijk is dat geen wonder want er is iets niet helemaal goed aan de straatnamen Dorpstraat en Brink.
Om het hele woningblok heen loopt een straat met de naam Brink.
Het binnenplein van het hele project heet Dorpstraat.
Het straatje tussen de twee gebouwen door heet aan de ene kant Brink en aan de andere kant Dorpstraat.
Aan de achterkant van het gebouw (bij de oude brandweerkazerne) is ook nog een ingang (inderdaad, daar wonen wij) en die ligt langs de Brink. Maar het heet Dorpstraat!
Volgt u het nog? Wij ook niet. Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat de straatnamen niet meer te wijzigen zijn.
Maar een paar aanvullende straatnaambordjes zouden al wonderen doen.
Borden waarop (met pijlen) aangegeven staat welke huisnummers waar zijn. En ook nog een bordje “Dorpstraat” bij onze ingang. Want dat heet nu Brink terwijl het Dorpstraat is.
Een plattegrond zou ook heel handig zijn. Misschien ergens bij de opgang naar het plein? Dat dus Dorpstraat heet. Die opgang ligt aan de Brink.
En wilt u er alstublieft geen maanden (met veel vergaderingen) over doen om hier een beslissing over te nemen en die bordjes op te hangen?
Met vriendelijke groet,
Cornette
Update: Petje af voor de gemeente en een hele diepe buiging erbij. Aangezien er aan de straatnaam “Brink” geen adressen gekoppeld zijn gaan ze die borden en de benaming helemaal weghalen. Op relevante punten komen meer straatnaamborden met “Dorpsstraat” en nummers van de woningen. Men spreekt de hoop uit dat ik snel mijn eigen huis weer zal kunnen vinden. Nog humor ook. Hulde!
Prachtig hoor, die aktie voor Haïti. Moeten we zeker doen. Lekker janken voor de TV en aan de radio en altijd dat sprankje opluchting in je achterhoofd dat het ons niet is overkomen. We storten geld en gaan weer over tot de orde van de dag.
Zo hoort het ook. We zouden ook niet anders kunnen. En toch, toch kan ik mij er onwaarschijnlijk kwaad over maken dat er bij dit soort rampen niet een grote pot met geld en hulp is die zonder gebedel altijd beschikbaar is. Een pot die onuitputtelijk is.
Want hoe je het ook bekijkt, er is genoeg op de wereld voor allemaal. Maar het eerlijk delen doet zo’n zeer. Daar zit hem iedere minuut van de dag weer de kneep.
Er sterven 20.000 kinderen PER DAG van de honger. En weet je wat daar zo mooi aan is? Het zijn er 10.000 minder dan een aantal jaren geleden. Mooi toch? We gaan vooruit.
Natuurlijk is dat niet mooi. Het zijn er nog altijd 20.000 teveel. Maar er moet eerst een aardbeving of tsunami overheen voor we ons weer eens heel even druk maken.
We juichen als er bij een aktie 12 miljoen wordt opgehaald en geven vervolgens 68 miljoen aan vuurwerk uit. Dan is het wel duidelijk waar onze prioriteiten liggen. Miljoenen en miljoenen aan ontwikkelingsgeld stopt onze regering in corrupte landen zodat de dictators weer even vooruit kunnen en er is geen discussie over mogelijk.
En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Doen die aktie voor Haïti. Storten dat geld en helpen die mensen.
Maar toch even over nadenken hoe we morgen verder zullen gaan.
We kunnen elkaar en onszelf nog zoveel goede wensen wensen maar wat het daadwerkelijk zal worden in het nieuwe jaar moeten we toch afwachten. Een aantal zaken hebben we zelf in de hand maar veel overkomt je gewoon of ongewoon.
En er zijn ook veel zaken waar we weinig aan kunnen veranderen. De eerste zinloosgeweld dode is alweer gevallen. Het uitmoorden van onschuldige geiten gaat achter de schermen gewoon door en de politiek trekt zich nog altijd niets van de burger aan.
Het afgelopen jaar mochten wij niet mopperen. Het was een goed jaar. Zelfs de verzonnen kredietcrisis raakte ons slechts zijdelings. We verkochten ons huis nadat we besloten om de prijs te laten zakken. “Jammer hè?” vinden veel mensen. “Fijn dat we dat zomaar konden doen” zeggen wij dan.
Gezondheid liet niets te wensen over en ook dat was fijn. Voor komend jaar hoop ik op een soepel lopende verhuizing, op een prachtige reunie met vroeger, op een goede gezondheid en op veel tevredenheid alom.
Daar ontbreekt het nog weleens aan. In onze omgeving zijn er weinig mensen die echt iets te mopperen hebben en toch speelt geld een grote rol in hun leven. De eerste vraag die je krijgt is niet: “hoe gaat het met je en ben je gelukkig”. Nee, de eerste vraag is: “wat heb je eigenlijk voor je huis gekregen?” En vervolgens draaien de rekenmachines in de hoofden onophoudelijk. Wat zou ik krijgen voor mijn huis? Wat verdien ik er dan op? Kan ik me dat veroorloven?
Daarna krijg je, of je wilt of niet, een overzicht van wat buren voor hun huis vragen of gekregen hebben en tussen neus en lippen door nog even de vraag/opmerking dat “jullie het makkelijk kunnen doen want jullie zitten zeker wel boven de ……. per jaar?”
Van harte wens ik dat we toch eens met wat minder met eurotekens in de ogen door het leven zullen gaan. Als je mensen erop aanspreekt dan zijn ze dat volledig met je eens maar een straat verder is het alweer vergeten.
We halen 12 miljoen op voor Serieus Request en geven vervolgens 68 miljoen uit aan vuurwerk. Sint- en kerstkadootjes hebben we het nog niet over. Schaamteloos.
Ga dit jaar eens met de Kessler Stichting mee. Oh nee! Kan even niet want de soepbus is uitgebrand. Er moet een nieuwe komen en na al die miljoenen die al uitgegeven zijn lijkt mij dat een kleinigheid.
Is dat geen mooi begin van het jaar? Een nieuwe soepbus voor de Kessler Stichting??
Ech wel.
En wat ook zo mooi is aan virtuele contacten is het feit dat er mensen zijn die precies verwoorden wat jij denkt.
Zo’n beetje als je toespraak door iemand anders laten schrijven maar dan wel eentje met een echte boodschap:
Over een week krijgen we de sleutel van het nieuwe huis. Vorige week hadden we een “vooroplevering”. Dat was lachen want er was nog veel niet in orde en het zal ons toch verbijsteren als dat volgende week wel het geval is.
Voordeel van het nieuwe huis is o.a. dat we een afgesloten garage hebben die uitsluitend toegankelijk is voor bewoners. En aangezien wij zo’n 2.500 kilometer (geen typefout) per jaar rijden is dat geen overbodige luxe want het kreng staat voornamelijk stilletjes te suffen in een hoek. Een weekje geleden kregen wij een belletje van VB (Vriendin-buurvrouw) die geconstateerd had dat er een nummerplaat van onze auto gerukt was.
Nu is De Man niet echt een automan (om het zachtjes te zeggen) en toen ik hem telefoneerde om deze wandaad te melden zei hij: “Wat eten we vanavond?” Inmiddels is er aangifte gedaan en zit er een nieuw bord op. En vanaf volgende week zetten we de auto vast in de nieuwe garage aangezien die, net als het nieuwe huis, tweehonderd meter verderop is.
En dan gaan we op ons gemakje eens inpakken en van alles doen. Pas over een paar maandjes verhuizen want haast hebben we niet. Bovendien moet, volgens de man van het bouwbedrijf, het huis eerst schoongemaakt worden.
Zij maken het ook schoon voor de oplevering maar, zoals hij zei, “nooit zo goed als moeder de vrouw”. Dus nu hoop ik maar dat hij Moeder de Vrouw meeneemt naar de oplevering. Die kunnen we goed gebruiken!
Geen sprake van dat er zo’n boom in huis komt. Laat maar lekker in het bos staan. En met de aanstaande verhuizing smijt ik gelijk alle nog aanwezige kerstspullen weg.
Ik wil nog weleens een kaarsje aansteken. Of een snoer lichtjes langs de boekenkast hangen want een heleboel van die kleine lichtjes zijn oergezellig. Maar dat is het dan ook helemaal.
Dit jaar is het erg vroeg kerst in ons dorp. Want kerst begint hier de eerste woensdag na Sinterklaas en die ouwe zooit dit jaar op zondag weer terug naar Spanje dus is het gelijk drie dagen later kerst.
En dat blijft zo tot na de echte kerstdagen. Genieten dus want alhoewel kerstversiering mij gestolen kan worden ben ik wel helemaal gek op kerstmuziek.
Dit jaar ga ik mijzelf verwennen en ik mag vanaf vandaag al kerstmuziek op mijn iPod zetten en al luisterend in kookboeken bladeren.
We maken er een heerlijke lange kerst van.
De Man is sinds kort in het jaloersmakende bezit van een MobiKey. Gekregen van De Baas. Een MobiKey maakt het mogelijk om thuis in te loggen op het computernetwerk van De Baas mits je computer aldaar aanstaat.
In eerste instantie werd dit geval uitgedeeld om te voorkomen dat tijdens de Grote Boze Griep Golf het halve Ministerie leeg zou staan. Niet dat iemand daar iets van merkt want ze kunnen dat hele Ministerie opheffen zonder dat iemand daar wakker van ligt.
Maar nee, men deelde MobiKey’s uit om instorten van de wereld te voorkomen.
Dus je gaat met een dikke keel en waterige ogen en al een beetje koorts naar huis en dan denk je: “Ik laat mijn computer aanstaan want dan kan ik morgen fijn thuiswerken.”
De volgende ochtend en de dagen daarna hang je schuin in de kussens, bevend van de koorts, rillend van ellende en ben je uiteraard hartstikke blij met je MobiKey. Wat een fijn ding! Daar wil je er nog wel twee van. Ook handig straks op de Intensive Care.
Nu de Grote Boze Griep Golf wel meevalt schijnen er nog meer voordelen aan zo’n handig apparaat te zitten. Je kunt de files ontwijken. Je kunt onverwacht thuisbijven bij je zieke kind/moeder/buurvrouw. Je kunt in het weekend fijn een paar uurtjes werken.
Moet je wel al die tijd je computer op het werk aan hebben staan voor het geval je overvallen wordt door een aanval van werkzucht. Beetje extra stroomverbruik is niet erg.
Het ding doet het trouwens erg slecht. Als aanloggen al lukt dan is de zaak niet vooruit te branden. Geeft niks want met hoge koorts werken je hersens ook niet dus dat komt mooi uit.
Al met al heeft het de belastingbetaler weer de nodige stuivers gekost. Ondertussen moet ik denken aan een uitspraak van een huisarts die wij jaren geleden hadden. Die zei altijd:
“Werk is werk en thuis is thuis en die twee moet je goed gescheiden houden.”
Wijze woorden.
En zo zijn er een aantal mensen totaal bevangen geraakt door het “zoekvirus”. Zie vorig logje m.b.t. het waarom. Het hele internet wordt leeggezocht.
We zoeken op alle zoekmachines, Hyves, Facebook, Linkedin, Twitter, Schoolbank en de telefoongids en nog veel meer. En als je dan toch op die sites zit dan gelijk maar even een paar oude schoolvriendinnen of uit het oog verloren familie opsporen. Niet allemaal natuurlijk want in die laatste categorie zitten ook no-no’s.
Zodoende was ik aan het zoeken in De Telefoongids en wat zie ik daar? Mijn moeder zaliger. Naam en adres kloppen maar het telefoonnummer niet. Dat zag er indertijd heel anders uit.
Toch leuk dat ze bij De Telefoongids de herinnering aan een overleden persoon na vijf jaar nog levend houden.
Als ze nou een naam had gehad als Jansen of De Vries dan zou je nog kunnen denken dat er een persoon met dezelfde naam in dat huis was komen wonen.
Maar zeg nou zelf, deze naam kom je toch niet iedere dag bij de bakker tegen. En afmelden kan alleen door de persoon zelf. Dat gaat een probleempje worden!
De oplossing voor het zelf afmelden schoot mij ineens te binnen en vandaar onderstaande email:
Geachte telefoongids,
Ik mail u via mijn dochter want ik heb ontdekt dat ik nog altijd in detelefoongids.nl sta. Mijn gegevens staan hierboven.
Ik ben echter op 9 november 2004 overleden dus van de telefoon opnemen is geen sprake meer.
Een eigen email heb ik ook niet meer en derhalve heb ik mijn dochter gevraagd om u bericht te sturen.
Hoe betrouwbaar is die telefoongids eigenlijk?
Met vriendelijke groet,
De telefoongids wist mij te vertellen dat de email is ontvangen en geregistreerd onder contactnummer 85395.
En nou mogen jullie mij voorspellen of dit een heel langdurige kwestie gaat worden of dat dit met een druk op een knop wordt opgelost.
Update: Gelukt! Niet dankzij de mail maar wel door een telefoontje. Het was direct geregeld.
Dit is het huis waar ik ben opgegroeid. Het huis van waaruit ik ben getrouwd. Het huis waarin mijn vader is overleden. Het huis waar heel veel mensen een deel van hun jonge jaren hebben doorgebracht.
Ooit schreef ik op deze weblog dat ik nodig een boek over mijn jeugd zou moeten schrijven.
Maar ach, zo’n boek. Daar komt nooit wat van. Toch blijf je altijd een beetje denken en een beetje zoeken en PATS, BOEM! kom ik toch twee “jongens” van vroeger tegen op internet.
Geen idee hoe die “vroeger” ervaren hebben en ik benaderde de zaak dan ook voorzichtig. En wat blijkt? Komen ze zowat door cyperspace heen gestormd als raketten.
Niet gewoon goeie herinneringen. Nee, geweldige herinneringen. En een fantastisch geheugen ook nog. Zo ging het balletje rollen. De dozen met foto’s en dia’s die al jaren staan te verstoffen in mijn huis gingen open.
De scanner maakt overuren. De mail stroomt vol en bij ieder bericht denk ik: “Oh ja! Dat is waar ook.”
En wat doe je dan als blijkt dat de belangstelling naar die tijd leeft en het enthousiasme groot is? Een boek duurt te lang.
Daarom heb ik mijn jeugd op straat gesmeten op de website Internaat Het Posthuis en wie weet of we op deze manier nog meer mensen van vroeger vinden.
Want vinden zullen we ze.
Recent Comments