| |
Drug preguntas
aug 31

Het is zover. De dokter heeft gesproken. Venetië nee. Want op het moment van Venetië lig ik op de operatietafel. Aanstaande dinsdag is het moment van de waarheid. Tot die tijd kan ik nergens anders meer aan denken, nergens anders meer over zeuren, nergens anders meer over ouwehoeren, nergens anders meer over klagen. Een echte zeurmuts dus zogezegd. Logs bezoeken ja, want dat is afleiding. Maar hier nog komen kijken heeft vast geen nut. De RSS-feed zal leegblijven. Cornette staat een paar dagen in de klaagstand en is vreselijk zielig en heeft ontzettend veel aandacht nodig en kan uitsluitend nog in bedwang gehouden worden door verwennen, verwennen en nog eens verwennen. En dat gaat lukken want Cornette heeft een verwenman. Venetië zal niet zinken in het komende jaar (hooguit 10 cm) en daar komen we vast nog wel. Voordeel van dit snelle ingrijpen is wel dat de verjaardag van Cornette (vandaag over drie weken) waarschijnlijk gewoon door kan gaan en reken maar dat dat een bijzonder feestje zal worden. Dat heeft de verwenman al helemaal geregeld met alles erop en eraan. Romantiek op z’n mooist ! Tegen die tijd vertel ik dat allemaal wel. Als ik tenminste de operatie overleef. Beetje doemdenken mag. Levert tenminste weer wat aandacht op nietwaar? Als alles goed gaat mag ik woensdag weer naar huis.
Kortom. Let maar even niet op mij.
aug 29

Er bestaat, althans voor mij, een prachtige manier om het leven tot op het bot te doorgronden en dat is winkelen in de supermarkt. Niet met je boodschappenbriefje langs de rekken razen en alles in je wagentje smijten wat je nodig hebt maar langzaam, heel langzaam langs rekken lopen met produkten die je nooit koopt en de gebruiksaanwijzingen lezen. Daar leer de je mensheid kennen en daar zie je wat er omgaat in deze maatschappij. Wat is er mis met ons? Wij komen tijd en creativiteit te kort. Dat is wel duidelijk. Er is een nieuwe broodmix van Koopmans in de smaak Salami/knoflook. Het is heel duur en hoeft niet de rijzen (tijd !) en wat moet je er zelf nog aan toevoegen? Salami ! (creativiteit). De gekheid ten top. Maar het kan nog erger. Ik zie grote dozen die amper in mijn mandje passen met “Wereldmaaltijden”. Nooit geweten dat er zoiets bestond als wereldmaaltijden. En wat moet ik daar zelf nog bijsmijten? Groente, vlees en rijst. Wat zit er dan in die doos? Het duizelt me maar ik zet door, ik ben niet bang. Pastasauzen (heel duur) die uit niets anders bestaan dan gemalen tomaten en wat kruiden, kant en klaar stoommaaltijden (nog duurder) die je waarschijnlijk achterlaten met een gevoel dat een patatje oorlog er nog wel in zou gaan. Flessen met spul waar je alleen maar water bij gooit, even schudden en dan heb je pannenkoekenmix. De wereld is gek geworden en wij sponseren dat. Blijkbaar is er vraag naar. Tijd hebben we niet meer en creativiteit al helemaal niet meer. Wat is er fout gegaan met bloem, eieren, melk en een snufje zout? Waarom maken we ons druk om zeehondjes wier kopje wordt ingebeukt door een werkeloze Canadase visser en eten we wel kant en klare plofkippen en voorgeroosterde gemartelde biggetjes? In de supermarkt moet ik eerst langs 20 meter kant en klaargedoe dat versgemaakt nog geen 15 minuten nodig heeft om vervolgens te belanden in de zee van opgeleukte toetjes waar je het maagzuur bij kado krijgt en ik vraag me nog maar eens af: “Wat is er toch met ons?” Het verse deel, voor mensen die nog zelf koken, wordt kleiner en kleiner. Een aardappel schillen en koken om daarna zelf te bakken is een lachwekkende bezigheid geworden. We rukken een megadoos open om er een zakje uit te halen en binnen 10 minuten op tafel te zetten omdat …… ja omdat wat? We pletteren een Lonnie in de magnetron omdat ….. ja omdat wat? Tijd, tijd en creativiteit. We hebben geen tijd meer. We hebben geen zin meer. We willen zitten en hangen na een vermoeiende dag en om vooral niet ontspannen in de keuken te staan. Zelfs geen kwartier. Koken is voor veel mensen geen manier van ontspannen meer. Liever een zak euro’s neerpletteren en een kwartier besparen dan zelf nadenken. Het is de bedoeling van de fabrikanten dat we over 5 jaar maximaal 8 minuten koken nodig hebben om een avondmaaltijd te produceren. Dan denk ik aan die mediterrane landen waar mensen uren in de keuken staan en avonden aan tafel zitten om samen gezellig en lang te eten. Maar ja, die worden dan ook een stuk ouder dan wij. En wat doen mensen met de 10 of 20 minuten die ze besparen op een dag. Daar ben ik nou nieuwsgierig naar. Talpa kijken misschien?
aug 26

Jullie zullen af en toe ook wel denken. Nou, die Cornette laat weer eens even niks van zich horen. Klopt. Dat komt zo. Wij zitten in een jaar waarin wij de pispaal van het leven zijn. Kan gebeuren en dat overkomt meer mensen. Dus geen gezeur maar wel even een update daarover. Mijn galblaas heeft zich tijdens een bourgondisch leven gevuld met galstenen. En er zijn nachten dat die stenen eruit willen zonder dat ze daar toestemming voor hebben. Een soort oproer in de gevangenis maar dan anders. Die nachten komt er van slapen niets en de rest van de ellende zal ik jullie besparen. Nu heeft de huisarts drastische maatregelen genomen en een spoedverwijzing voor de chirurg geregeld. Volgende week woensdag ga ik mijn galstenen aan de beste man voorstellen. Dan zal deze redder in de nood ook beslissen of wij de week daarna wel naar Venetië af kunnen reizen. En alhoewel de vliegtuigen de afgelopen maand als manna uit de hemel pletterden willen wij dat toch niet graag missen. Duimen dus svp ! Maar ja, na zo’n lollige nacht zie ik de dag daarna de wereld voor een doedelzak aan en lees noch schrijf ik logjes. Het is dus geen gemakzucht en geen ongeinteresseerdheid het is gewoon dat waardeloze zwarte duiveltje die ergens zijn intrek genomen heeft in ons huis. Maar we krijgen hem wel te pakken en dan is hij nog niet jarig. Al moet ik het hele huis ondersteboven keren en misschien zelfs eindelijk eens onder de bedden stofzuigen, vinden zal ik hem. Want Cornette & Co krijg je zomaar niet klein. Daar is een hele grote vent voor nodig. Prettig weekend luitjes.
aug 23

Zo, dat is ook gebeurd. De kippen zijn opgehokt. Veilig binnen en dus kan ons niks meer overkomen. Wij zijn allemaal veilig en de vogelgriep krijgt ons niet meer te pakken. Klinkt een beetje belachelijk nietwaar? Is het ook. Nog even en ook alle hobbykippen moeten opgehokt, de eenden, zwanen en waterhoentjes worden geruimd en iedere vogel die overvliegt knallen we neer. Want als je de kippen ophokt en verder niks doet dan ben je nog geen stap verder. Duizenden en duizenden trekvogels komen in het najaar uit Rusland naar onze lage landen om te overwinteren. Ze grazen in onze weilanden en kussen zo hier en daar een inheemse vogel. Maar onze kippen kan niks gebeuren want die zitten veilig opgehokt. Zoals altijd heeft Nederland ook nu weer een hap-snap-adhoc beslissing genomen die geen enkele garantie biedt en geen vogelgriepvirus tegen zal houden. Want die vogelgriep komt er, neem dat nou maar van Cornette aan. Dat is geen doemdenken, dat is realiteit. Net als de Spaanse griep in 1918 zullen er ook nu weer heel veel slachtoffers zijn. En wellicht nog veel meer omdat we inmiddels met veel meer mensen zijn. Een soort van preventieve ruiming van de natuur. Maanden zullen we niets anders hebben om ons druk over te maken dan de vogelgriep. Politiek, terrorisme en alle andere zaken zullen totaal onbelangrijk zijn. De vogelgriep zal ons er weer even aan herinneren wat nu echt belangrijk is in het leven. Dat kan weleens nodig zijn.
aug 22

Soms is het leven een beetje druk en komt er van webloggen (en laat staan logs lezen) effe niks. Cornette & Co. organiseerden het afgelopen weekend de jaarlijkse straatbarbeque. Veel werk, druk, druk, druk, maar het resultaat mocht er zijn. Ik zie het maar als een soort vrijwilligerswerk. Ooit, in mijn vorige woonplaats, deed ik een ander soort vrijwilligerswerk. Eén van die nobele daden was gaan wandelen met een mevrouw die in een verpleeghuis woonde. Ze had geen onderbenen meer en zat derhalve in een rolstoel. Ze wilde naar buiten maar haar 6 kinderen (vijftigplussers) en negen kleinkinderen hadden daar geen zin in. Het klikte heel snel tussen ons en dat was geheel te danken aan het feit dat ze met haar 89 jaar zeer scherp van geest en nog scherper van tong was. Wandelen dus. De eerste keer dat we het verpleeghuis verlieten stak ze haar vinger in de richting van het winkelcentrum en riep: “Die kant op !” Oké, naar de winkels. En winkelen deden we. Het eerste dat ze kocht was een plastic doos om haar zelfgekochte vleeswaren in te stoppen. Sticker met haar naam erop en had niet het lef om aan die doos te komen. Rosbief ging erin en paté. Bij de avondboterham plukte ze de gelderse worst van haar brood en deelde die ruim uit waarna ze van haar eigen beleg van de keurslager smulde. Ook koekjes, chocola en taartjes werden ruim ingekocht. Ondergoed en handdoeken alsmede nieuwe bloesjes en truitjes kwamen in ruime hoeveelheden in bezit. We zaten weleens klem tussen de deuren van de Metro en vrijwel altijd kreeg ze dan de slappe lach. We dronken vaak gezellig een kopje koffie in het winkelcentrum en gristen een zakje patat mee van de markt. Samen streden we fel tegen de rare gewoonte om iemand in een rolstoel niet rechtstreeks aan te spreken. “Hier zit ik en ik spreek Nederlands” riep ze dan altijd. Nieuwe haring en oliebollen lusten we allebei graag. Ze vertelde van het verpleeghuis en van de eenzaamheid als je met niemand een normaal gesprek kunt voeren en iedereen om zeven uur op bed ligt. Ze zat dan alleen in de grote zaal met haar koekjes en keek tot laat naar de TV. Haar kinderen kwamen op visite (meestal vrijdagavond van zeven tot half acht) en maakten bezwaar tegen de vele aankopen. Moeder kon toch ook rondgereden worden in de tuin? Wij de volgende keer de tuin in waar ze na 5 minuten riep: “Ga toch weg met je bloemetjes, is er geen markt vandaag?” Verdrietig was ze op haar zaal met demente medebewoners en ze regelde helemaal zelf dat ze kon verhuizen naar een verzorgingshuis (veel dichter bij het winkelcentrum) waar ze een eigen kamer kreeg. Meubeltjes moesten gekocht en gordijnen. Een eigen TV en een dressoir met kopjes en borden. Zielsgelukkig en de kinderen vonden het maar niks. Oordeel daar niet te snel over want iemand met een hele scherpe tong is leuk maar dat is een stuk minder als het je moeder is. Vanwege mijn verhuizing naar een andere stad moesten we afscheid nemen en dat viel ons beide zwaar. Altijd als ik op een markt loop denk ik aan haar en hoop dat ze nog altijd gelukkig is.
aug 18

Soms, heel soms, schaam ik me weleens een beetje. Waarom? Omdat ik een ontzettende hekel kan hebben aan een persoon die ik niet ken. Nooit gezien, nooit aangeraakt, nooit gesproken en nooit geroken. Zo’n persoon is bijvoorbeeld Laurens Jan Brinkhorst. Wat heb ik een hekel aan die man. Hij staat zover boven het volk dat hij niet eens weet dat er volk is. Hij draait een beetje rond in hoge kringen en voelt zich ver verheven boven het afval op straat. Hij praat zo bekakt dat ik hem nauwelijks kan verstaan. Zijn dochter Laurentien heeft dat goed begrepen en doet al jaren goed werk in een groep die analfabeten wil leren lezen en schrijven. Je moet wel kunnen lezen met zo’n vader want verstaan doe je hem niet. LJB zit volgens mij ook bij de verkeerde partij. Hij zou het geweldig doen bij de VVD. Afgelopen week heeft LJB weer eens van zich laten horen in een leuk interview. De stoom kwam uit mijn oren bij het lezen van deze zin: “De werkgevers zouden gecompenseerd moeten worden in verband met de stijgende ziektekostenpremie.” Eerst dacht ik dat die journalist ook al problemen had met het verstaan van LJB en dat het werknemers had moeten zijn. Maar nee hoor. Onze LJB heeft maar één belang en dat is de economie en dat allemaal voor onze eigen bestwil en onze toekomst. De rijken nog rijker en de armen, daar weet hij niets van.
Ophokken wat mij betreft.
aug 15

Ze is een jaar of vijf en ligt languit op de inpaktafel van de supermarkt. Geen zin om mee naar binnen te gaan en dus wachten op mama. Ik zet mijn volle boodschappenkar tegen de inpaktafel en begin alles over te hevelen naar mijn Oma-wagentje met twee wieltjes. “Hoi” zegt ze. “Hallo daar” zeg ik. “Neem jij je wagentje niet mee naar huis?” wil ze weten. “Nee” zeg ik “ik heb toch een eigen wagentje?” Ze gooit haar bovenlichaam over de rand en steekt haar hoofd in het karretje. “Even kijken wat jij allemaal heb.” Ze pakt een zakje sla en laat het snel weer vallen. Van sla moet ze niks hebben blijkbaar. Haar oog valt op een pakje sigaretten en vol verbazing vraagt ze: “Rook jij?” “Soms” zeg ik ineens beschaamd. “Moet je niet doen, is niet goed voor je.” weet ze wijs te vertellen. Haar ogen gaan over de flessen wijn en nu wil ze weten of ik dat allemaal zelf op ga drinken. “Nee, daar krijg ik wel wat hulp bij” zeg ik. Ineens valt haar iets op en met hoge verbaasde stem roept ze: “Jij hebt geen snoepjes !!” “Dat klopt, ik hou niet van snoepjes.” Ze kijkt me vol verbazing aan. Haar hersens draaien op volle toeren en omdat ik inmiddels bijna bij de laatste boodschap ben schiet haar een prima idee te binnen. “Zal ik jouw wagentje wegbrengen?” en heel snel zegt ze “En dan krijg jij het centje terug van mij.” Haar eerste offerte in dit leven, gaat er door mijn hoofd, maar geen goeie offerte. Hier is een levensles op zijn plaats. “Ik heb een beter idee” stel ik voor, “jij brengt mijn wagentje weg en dan mag je ook het centje houden want daar heb je dan tenslotte voor gewerkt.” Ze springt snel van de tafel en klamt haar handen om mijn wagen om dit voordeel vast te houden. Ik loop weg en zwaai nog even naar haar. Terwijl ik de winkel uitstap hoor ik haar gillen: “Maaaaaa, ik mag die mevrouw d’r wagentje wegzetten en ook het centje houden.”
Weer een zakenvrouw geboren denk ik tevreden.
aug 11

Er zitten een paar hele gemene, gifgroene en zeer wrede hersencellen in mijn hoofd. Over het algemeen kan ik ze wel in bedwang houden maar soms nemen ze het denken over. Zoals laatst weer toen de Discovery afgevuurd werd. “Misschien ontploft hij wel” fluisterden de groene gifjes. Toen hij in de ruimte was dachten de gemene krengen dat hij misschien niet gerepareerd kon worden en bij de landing kwam het ontploffingsscenario weer boven drijven. Erg naar natuurlijk voor astronauten en hun geliefden en ik onderdruk die beelden in mijn hoofd dan ook zoveel mogelijk. Maar wat zich niet laat onderdrukken is de verbazing over het feit dat de mensheid zo onwaarschijnlijk veel geld stopt in ruimtevaart. Wat moeten we daar? We maken er hier al zo’n puinhoop van. Er zijn volgens mij maar twee redenen waarom men kost wat kost die ruimte in wil. Ten eerste om de eerste te zijn en anderen af te troeven (hele slechte eigenschap) en ten tweede om te kunnen bewijzen hoe het heelal is ontstaan. Met andere woorden: bestaat God wel of bestaat God niet. Alsof we daar uiteindelijk niet vanzelf achter komen. Honderden miljoenen/miljarden gaan de lucht in. Geld waar wetenschappers die oplossingen zoeken voor ernstige ziektes hun werk met jaren mee zouden kunnen verkorten. Miljoenen/miljarden waar je hele continenten van de derde wereld naar de eerste zou kunnen schieten. Maar nee, we moeten zonodig richting Onze Lieve Heer die overigens niemand op de thee gevraagd heeft. De ruimte is inmiddels een vuilnisbelt aan het worden en dat is fijn want dat doet ons een beetje aan thuis denken. Binnenkort kun je, als privépersoon een rondje om de maan maken voor het luttele bedrag van 100 miljoen dollar. En als je die nou toch los in je achterzak hebt zitten wat is er dan leuker dan dat? Wat moet je anders met die poen? Denk niet dat het een toekomstfantasie is want de eerste twee toeristen zijn al geweest. Maar ach, toen was de trip nog in de aanbieding voor 20 miljoen dollartjes. Uitverkoopje. De gifgroentjes in de kop hebben een ultieme fantasie waar ik altijd erg om moet lachen. Stel je voor dat we ooit zover komen dat we oog in oog staan met een God/Allah/Zeus etc. die alles gemaakt heeft. De desbetreffende astronauten roepen dan verbaasd: “U bestaat echt!” Waarop de desbetreffende Schepper het hele universum als een fruitvliegje tussen zijn handen zal verpletteren en roept: “Ja, maar met jullie heb ik het helemaal gehad.”
aug 08

…….vervolg van gisteren…….
We beklommen het ene na het andere nauwe straatje en vroegen uiteindelijk maar de weg in een klein winkeltje. Vriendelijk werden we de goeie kant opgestuurd en al snel stonden we voor een deur met een brievenbus waar die overbekende naam op geschreven stond. De jonge vrouw die opendeed wist ons te vertellen dat de gezochte persoon al jaren geleden verhuisd was. Gelukkig alleen maar een paar straten verder en ze legde ons uit waar we moesten zijn. “Bij de groene tuindeur aankloppen” adviseerde ze. We klommen weer verder en waren al gauw bij het goeie adres. Mijn lief duwde de deur open en daarachter was één van de mooiste tuinen die we ooit hadden gezien. Overal wilde bloemen en struiken en verschillende terrassen en zitplekken tegen de berghelling omhoog geplakt. Midden in de tuin stond een prachtige oude dame met een allerliefst gezicht. “Woont hier meneer ****?” vroeg de moedige man naast me in zijn beste frans. “Jazeker” was het antwoord in diezelfde taal. “Volgens ons is mijn vrouw een nicht van hem” zei de held. “Dan spreken jullie toch zeker wel Nederlands” riep ze “en kom toch vooral verder”. Daarna draaide ze zich om en riep: “Schat, een nicht van je uit Holland is op visite.” Het moment dat toen volgde vergeet ik mijn hele leven niet meer. Uit het huisje bovenaan het pad kwam een grote oude man die sprekend op mijn vader leek. Mijn vader, 15 jaar ouder en opgestaan uit de dood. De herkenning was direct en wederzijds. We werden met open armen ontvangen en deden vanaf dat moment niets anders dan praten (en eten en drinken). In de schaduw onder de bomen kwamen alle familieleden voorbij. Prachtige avonturen en verhalen van een geweldig leven hoorden we aan. Alles moesten we vertellen van hoe het iedereen vergaan was na zijn vertrek vele, vele jaren terug. Pas ’s avonds laat vertrokken we weer en vanaf dat moment schreven we dikke brieven. Vrijwel ieder jaar daarna zijn we gaan logeren in het prachtige zelfgebouwde gastenhuisje in de tuin en altijd waren de bezoeken warm en vol prachtige momenten. We leerden de echte ratatouille maken en bewonderden de fantastische schilderijen, want de man bleek dus een groot portretschilder te zijn geworden in zijn leven. De laatste keer dat we er waren bezochten we zijn graf. Een mooi graf met veel bloemen en uitzicht op zee.
Die bladzijde uit dat telefoonboek heb ik nog altijd.
aug 07

Het is en blijft een onwaarschijnlijk verhaal en het is maar goed dat mijn lief er getuige van is geweest want soms geloof ik mijn eigen herinneringen niet. Met dit verhaal kan ik ongetwijfeld zo naar het programma “Wonderen bestaan wel” of hoe heet het ook alweer. Doe ik niet. Ik vertel het aan jullie als vakantietijdvermaak.
In mijn jonge jaren (heel lang geleden) gingen er af en toe geruchten in de familie dat mijn vader een neef zou hebben die naar Frankrijk vertrokken was. De man was kunstenaar en dus absoluut geen onderwerp van gesprek aan die kant van de familie. Althans, niet hardop. Niemand hoorde of zag ooit iets van hem en uiteindelijk stierven de verhalen uit en twijfelde men zelfs aan zijn bestaan. Vele jaren later, zo begin jaren negentig, waren wij halverwege de 30 en voor de weet-ik-hoeveelste keer op vakantie in Zuid Frankrijk. We zaten op een camping in Castellane en bedachten dat het wel leuk zou zijn om een paar dagen aan de kust rond te kijken. Tasje gepakt en campingbeheerder medegedeeld dat we na een paar dagen wel weer op zouden duikelen. In de auto en weg waren we. Eénmaal aangekomen in Nice vonden we een Hotel aan de boulevard en genoeg vertier in de omgeving. Die avond kwamen wij voldaan en vrolijk terug van een goed restaurant en ploften op de kamer neer. En wat doet een mens op een hotelkamer behalve nog een flesje opentrekken? Je kijkt wat rond en trekt wat laatjes open. Wat lag daar onderin het kastje? Een heel, heel erg dik telefoonboek van Nice en alle dorpjes in de wijde omgeving. Waarom ik toen deed wat ik deed weet ik niet. Ik pakte het boek, sloeg het op een willekeurige bladzijde open en wees met mijn vinger een plek aan. En daar ……… daar net boven mijn vinger stond de weinig voorkomende naam van mijn vader, mijn meisjesnaam. Het duizelde me ietwat en ik scheurde van schrik de bladzijde uit het boek. “Wat doe je nou?” vroeg liefgenoot. “Kijk, kijk dan!” riep ik. Hij keek en besliste dat we daar de volgende morgen eens een kijkje zouden nemen. “Mooi niet, dat durf ik heus niet” stribbelde ik nog tegen maar er was geen praten tegenaan. De volgende morgen stapten we in de auto en reden langs de lange mooie kustweg in de richting van Italië. Het was veel verder weg dan we dachten en pas een paar uur later parkeerden we de auto op het dorpspleintje hoog in de bergen met uitzicht op de Middellandse Zee. Nu nog het kleine straatje zien te vinden.
……morgen deel twee……
|
|
Recent Comments