| |
Drug preguntas
aug 30
Dit is het huis waar ik ben opgegroeid. Het huis van waaruit ik ben getrouwd. Het huis waarin mijn vader is overleden. Het huis waar heel veel mensen een deel van hun jonge jaren hebben doorgebracht.
Ooit schreef ik op deze weblog dat ik nodig een boek over mijn jeugd zou moeten schrijven.
Maar ach, zo’n boek. Daar komt nooit wat van. Toch blijf je altijd een beetje denken en een beetje zoeken en PATS, BOEM! kom ik toch twee “jongens” van vroeger tegen op internet.
Geen idee hoe die “vroeger” ervaren hebben en ik benaderde de zaak dan ook voorzichtig. En wat blijkt? Komen ze zowat door cyperspace heen gestormd als raketten.
Niet gewoon goeie herinneringen. Nee, geweldige herinneringen. En een fantastisch geheugen ook nog. Zo ging het balletje rollen. De dozen met foto’s en dia’s die al jaren staan te verstoffen in mijn huis gingen open.
De scanner maakt overuren. De mail stroomt vol en bij ieder bericht denk ik: “Oh ja! Dat is waar ook.”
En wat doe je dan als blijkt dat de belangstelling naar die tijd leeft en het enthousiasme groot is? Een boek duurt te lang.
Daarom heb ik mijn jeugd op straat gesmeten op de website Internaat Het Posthuis en wie weet of we op deze manier nog meer mensen van vroeger vinden.
Want vinden zullen we ze.
sep 06
Je kunt tegenwoordig maar op tijd bekennen wat je vroeger allemaal hebt uitgevreten want vroeger of later komt iemand erachter en voor je het weet ben je het nieuws van de dag.
Ach, de jaren zestig en zeventig waren roerige jaren en veel bloemenkinderen uit die tijd hebben wel wat op hun kerfstok. Deze foto stond op de voorpagina van Het Vrije Volk van 29 november 1972. Voor het eerst mochten 18-jarige gaan stemmen en uiteraard stond ik als eerste in het stemburo.
Het motto uit die dagen was “stem jong, anders blijven ze altijd de baas”. Mijn persoonlijke motto was “niet in de regen lopen anders stink ik de tent uit met die jas”. Wij ouwetjes van nu droegen in die tijd van die Afghaanse jassen gemaakt van geslachte schapen gedroogd in de zon. Dit was mijn nette exemplaar. Ik had ook een on-net exemplaar. Het on-nette exemplaar zorgde dat je altijd kon zitten in de tram.
Je stonk als een bunzing maar aangezien alle andere bloemenkinderen ook stonken was er niets aan de hand. Geen idee wat ik in die tijd allemaal gedaan heb. Pamfletten ondertekend en uitgedeeld, ruiten ingegooid, demonstraties gelopen, rondgehangen op popfestivals, stickie gerookt, in duistere kroegen gezeten. Het zal allemaal wel. Als ik in de politiek was gegaan dan had deze foto (met bijbehorend artikel) vast heel wat stof doen opwaaien. Bespottelijk gewoon!
In ieder geval kreeg ik een maand na deze foto verkering met De Man. Sindsdien ben ik een heel braaf meisje.
nov 23
    
Gelukkig: Sinterklaas is weer in het land.
Sinds het afgelopen weekend waart de Goed-Heiligman weer bij nacht en ontij met zijn companen rond door onze steden en dorpen. Eigenlijk is het vreemd dat er niet meer wordt geprofiteerd door het inbrekersgilde van dit buitenkansje: geen mens die iets verdachts meent te zien, geen agent die het raar vindt dat een figuur in ouderwetse bisschopsmantel te paard, met een vervaarlijk eind staf met krul als slagwapen, optreedt als aanvoerder van een groepje ongeregeld, en deze opzettelijk donker (en daardoor onherkenbaar) geschminkte klauteraars vrijmoedig de tuinen en de daken opstuurt. “Om wat lekkers achter te laten en wat wortels voor het paard mee terug te nemen”. Ja, ja, wie het gelooft…
Maar het kleinste grut wel, hoor. Zie die gespannen koppetjes maar weer, daar bij de blijde inkomste: deels met de grootste verwachting, deels met een nauw bedwongen angst voor die grote, raargeklede vreemdelingen, waarvan vooral die donkere wel erg, en brutaal, tekeergaan. Maar je krijgt wel weer handenvol peper- en andersoortige noten naar je hoofd geslingerd.
Zoete herinneringen komen op zo’n moment vanzelf boven:
Als kind geestdriftig langs de aankomstkade heen en weer springend om wat van al die rondsuizende pepernoten proberen op te vangen, maar het meeste noodgedwongen moeten oprapen, en dan bij papa terugkerend merken dat hij maar liefst enkele handen vól heeft gevangen! En nog helemaal schoon, en veel mooiere ook! Hoe dóet-ie dat toch? Ja, natuurlijk wil ik best ruilen voor de mijne: die zien er maar zielig en nogal vuil uit, (ja raar, hè, op zo’n smerige havenkade). Nee, papa was de held, die had zelfs schuimpjes weten te vangen, nou, en die had ik nog helemaal nergens langs zien zeilen!
Of die keer dat moeder met ons kinderen op een koude zaterdagavond in de koude, slechtverlichte winterse keuken zat (alleen in de huiskamer brandde de kolenhaard) en ons aanmoedigde tot Sinterklaasgezang, totdat opeens vreemd geschuur en geschuifel op het plaatsje achter hoorbaar werd, gevolgd door reuze gebonk op de achterdeur. Wij verstomden geschrokken en toen werd de deur op een kier opengerukt en verscheen een dreigend zwaaiende arm van Zwarte Piet. Nog niet bekomen van die schrik vlogen ons vervolgens met daverend geweld knotsen van pepernoten en bonken van kruidnoten om de oren, met een geraas of er een mud kolen werd gestort. Het enige wat moeder kon uitbrengen was een met een roodaangelopen hoofd geroepen: “Vooruit, jongens, dóórzingen. Zíngen, hoor!” Knal, de achterdeur weer dicht, en toen begonnen wij al zingend op te merken dat deze pepernoten toch wel erg veel weg hadden van gewone aardappels, ongeschilde piepers, zogezegd. Wat bleek? Half op de aanrecht had, precies binnen het bereik van Zwarte Piet, een grote teil halfvol aardappels voor de zondag klaargestaan en die was dus compleet met de echte pepernoten door de keuken heen gezwiept. Toen wij de echte noten overal tussenuit geplukt hadden, kwam vader binnenstappen die prompt onthaald werd op opgewonden en geestdriftige verhalen over het voorval.
Wij begrepen best dat hij chagrijnig keek: hij had dat evenement natuurlijk zelf ook willen meemaken! En dan had-ie intussen ook nog ergens een pijnlijke hand opgelopen, nota bene. Mama keek ook al zo vreemd en had er zelfs tranen van in de ogen. Gelukkig bood zij papa als troost ook een handje piepers aan…
Gelukkig maar dat Sint weer onder ons is. Dat hij nog maar vele jaren moge leven en telkens weer nieuwe generaties kinderen mag boeien en hun de mooiste herinneringen voor later mag schenken!

jul 28
Zwarte zaterdag dit weekend. Heel Parijs trekt naar het zuiden net als veel Duitsers die dit weekend vakantie krijgen. En ook dit jaar zullen een aantal mensen niet veilig aankomen.
Doet me denken aan een vakantie van heel lang geleden toen wij ook eens in die periode vertrokken. ’s Ochtends rond een uurtje of 11 stond ik mij op te frissen in een toiletgebouw bij een groot benzinestation in Lyon. De vrouw naast me begon een praatje. “Wij zijn vanmorgen om vier uur vertrokken uit Bloemendaal en kijk eens? Nu al in Lyon. En jullie?”. Vrolijk vertelde ik haar dat wij twee dagen geleden al op pad waren gegaan. “Neeeeee” zei ze “hebben jullie pech gehad onderweg?”.
“Welnee” vertelde ik “we zijn over piepkleine weggetjes gereden. Langs snoeperige dorpjes waar je vaak geweldig lang en lekker kunt lunchen. Soms kopen we van alles in kleine winkeltjes en liggen een uurtje of wat op een mooie plek te soezen. In het eerste hotel was het erg gezellig en werd het wat laat en dus vertrokken we niet zo vroeg. De tweede nacht (na een dag tussen de wijngaarden) sliepen we bij de zigeuners. Veel muziek, dans en drank en douchen kon niet want de lamp hing aan een kroonsteentje net onder de waterstraal. Dus sta ik me nu even op te frissen.”
Ze begreep er geen jota van en zei: “Maar je wilt toch zo snel mogelijk op de plaats van bestemming zijn? Wij komen over een paar uur al aan op de camping en hebben dan nog de hele dag. Waar slaap jij dan vanavond?”
“Waar ik altijd slaap.” zei ik “In de armen van mijn geliefde. En wat is eigenlijk de plaats van bestemming? Is dat niet altijd de plek waar je samen het leven viert?”
Inmiddels stond ik tegen een wasbak te praten want ze was al weer weg.
Op weg naar de plaats van bestemming.
mrt 17
Bibliotheken. Ik heb iets met bibliotheken. Waar ik ook ben ter wereld. Ik MOET naar de begraafplaatsen aldaar en vooral ook naar de bibliotheek. De lucht, het geluid, de boeken, het is een verslaving. Dat is al jong begonnen. Maar in mijn jeugd was een bibliotheek wezenlijk iets anders dan nu. Een doodstille ruimte met krakende houten vloeren alwaar niet gesproken werd. Er heerste een gevoel van devotie en heiligheid. Al die boeken en zomaar voor het grijpen! De eerste bibliothecaresse in mijn leven heette Wil. Nu, na al die jaren, wisselen we zo heel af en toe nog weleens een brief of kaartje. Zij hield boeken voor mij apart. Boeken uit de Time-Life serie. Boeken over onweer en oerwouden, dieren en natuurverschijnselen. Maar ook Reis door de Nacht en Scheepsjongens van Bontekoe. Ik mocht altijd net iets meer boeken meenemen dan eigenlijk toegestaan was want ik stond toch binnen een week weer voor de balie. En Wil stempelde de boeken netjes af op kaartjes die voorin het boek gestopt werden. Later, veel later in het leven was ik het bedrijfsleven meer dan moe. Vele jaren hard werken hadden alle energie uit mij gezogen en derhalve dacht ik die energie weer te vinden in een kleine bibliotheek in de buurt. Ondanks mijn leeftijd werd ik direct aangenomen en mijn vreugde kende geen grenzen. Die vreugde duurde precies twee jaar en na die twee jaar was de uitputting bijna groter dan na 25 jaar bedrijfsleven. Wat mensen met boeken doen is bijna niet te beschrijven. Ze halen ze uit de kast en zetten ze op een andere plaats weer terug. Ze pletten er donuts tussen en stukken pizza. Glazen wijn en koppen koffie zijn heel normaal. Foto’s en platen eruit scheuren is de gewoonste zaak van de wereld. Je leert het vanzelf af om te ruiken aan onduidelijke vlekken in een boek. En haal het niet in je blonde hoofd om melding te maken van het feit dat er een (piep)kleine boete op de lezerskaart staat. Je speelt met je leven als bibliotheekmedewerkster! Scheldkarbonades, lijfelijk geweld en “ik wacht buiten op je” zijn bijna dagelijkse kost. Het is allemaal voorbij en ligt in het verleden. Maar de fascinatie voor een bibliotheek is gebleven. Batterijtje opladen? Dagje bieb is al wat er nodig is. Ik kan het nog altijd niet laten om boeken te gaan sorteren of op de goeie plek te zetten. Alleen de stilte van vroeger ontbreekt. Die intense stilte omdat je er niet mocht praten. En die krakende vloeren. Ze zouden het moet verplichten in alle bibliotheken. Van die krakende houten vloeren.
feb 25
Ergens in een grote doos ligt nog een mapje foto’s van jaren geleden. Van die ene keer dat we op wintersport zijn geweest. Ik heb die foto’s nooit ingeplakt want ik wil er eigenlijk niet aan herinnerd worden. En je kon het niet eens echt wintersport noemen want verder dan het Zwarte Woud zijn we niet gekomen. Daar huurden we van die Langlaufdingen met schoenen waarin je je voeten niet meer kon bewegen. De volgende dag gingen we vol goede moed naar onze eerste les. Toen ik mijn voeten (in die idiote schoenen) voor het eerst in die Langlaufdingen klikte kwam ik tot de ontdekking dat mijn benen alle kanten uitgleden behalve de goeie. In een spagaat of in de knoop. Meer keus was er niet. Dat zou vast na een paar lessen wel beter gaan want tenslotte waren we nog jong en dus vol goede moed. Inderdaad ging het een ietsje beter na een dagje of wat maar niet spectaculair. Toen we onze eerste meters op een pad het bos in aflegden was er een piepklein heuveltje. Halverwege dat heuveltje gleden de Langlaufdingen als vanzelf achteruit. Tegelijkertijd werd ik vrolijk ingehaald door een zooi 65-plussers (toen nog stokoud in mijn ogen) die jolig “Gruss Gott” jodelden. Tjonge wat had ik de pest in en wat had ik het slecht naar mijn zin. De leukste momenten van die vakantie waren de uren in de Konditorei, het Restaurant en onder het dikke dekbed in het Duitse Hotel. De laatste dagen heb ik nog wel stoer met die rare stukken hout over mijn schouder door de winkelstraat gelopen maar dat levert levensgevaarlijke situaties op als je je onverwacht omdraait.
Sinds die tijd weet ik dat ik een zonnekind ben.
feb 13
Mijn overgrootmoeder noemde ik “Opoe Aardappel” vanwege het feit dat ze een bobbel op haar voorhoofd had. De laatste tijd denk ik veel aan haar terug. Ze is erg oud geworden en ik heb als kind nog vaak bij haar gelogeerd. Wij mochten elkaar graag want we herkenden veel in elkaars karakter. Opoe Aardappel had namelijk een zeer, zeer scherpe tong en die gebruikte ze tegen alles en iedereen. Ze was dan ook niet bepaald geliefd en contact met familie bleef tot een minimum beperkt. Niemand kwam ooit zonder ernstige snijwonden bij Opoe vandaan. Behalve ik, haar achterkleindochter. Gelukkig leefde ze niet in de tijd van internet en weblog want ze zou in een week tijd meer bedreigingen bij elkaar gespaard hebben dan Geert Wilders in het afgelopen jaar. In mijn jongere jaren (ze was toen al overleden) werd ik weleens met haar vergeleken want het verbale geweld was ook mij niet vreemd. Maar in tegenstelling tot Opoe heb ik mij bijtijds gerealiseerd dat vrijheid van meningsuiting weliswaar een groot goed is en nooit verloren mag gaan maar dat ernstig kwetsen, in woord en beeld, niets anders is dan een gebrek aan humor en creativiteit. En bovendien ga je heel eenzaam dood.
dec 05
Er zijn twee Sinterklazen die ik nooit meer vergeet. De eerste zat in de Bijenkorf in Rotterdam. Mijn opa werkte daar dus misschien was het wel op het personeelsfeest. Dat weet ik niet meer. Sinterklaas zat bovenaan de roltrap en de kinderen gingen één voor één die roltrap op. Zachtjes zoefde je richting de Sint. Even op schoot, praatje maken, kadootje van Piet en op de andere roltrap weer naar beneden. Van deze Sint vergeet ik nooit meer zijn zachte handen. Grote witte en heel zachte handen in van die fluwelen handschoenen. Ik zag en hoorde niks meer en deed niets anders dan aan die handen voelen en ze tegen mijn gezicht wrijven en kusjes geven. Sinterklaas vond het allemaal best en liet dat kleine opdondertje met dat vuurrode haar rustig haar gang gaan.
De tweede Sint die ik nooit meer vergeet liet mij met een klap van mijn Sintgeloof afdonderen. Mijn vader en moeder hadden al de hele dag gewaarschuwd dat Sint ’s avonds op bezoek zou komen en de spanning was derhalve hoog opgelopen. Sinterklaas kwam maar was al bij een paar andere kindjes ook geweest en liet zich de Hollandse borrel goed smaken. Ik weet nog dat mijn vader en moeder de grootste pret hadden en dat Sint zijn baard optilde om aan zijn zoveelste glaasje te nippen. Maar dat was het ergste niet. Het ergste waren zijn grote witte basketbalschoenen die onder zijn mooie witte jurk uitkwamen. Ze konden mij veel wijsmaken maar dat Sint grote witte basketbalschoenen droeg was net effe een brug te ver. Eenmaal op schoot trok ik aan zijn baard en mepte zijn mijter van zijn kop. Alle volwassenen, incluis Sint en Piet, gingen in een eindeloze lachstuip en tot overmaat van ramp had Zwarte Piet na verloop van tijd witte strepen over zijn gezicht. Dit was duidelijk allemaal nep.
Maar of die Sint met die zachte handen ook nep was? Waarschijnlijk is dat toch de echte geweest.
nov 07

De feestdagen zijn weer in aantocht en voor veel mensen is dat gelukkig een gezellige tijd. Voor ons ook maar dat is het niet altijd geweest. Jaren en jaren achtereen werden we “geleefd” tijdens die dagen. Al in september kwam de vraag: “Wat doen jullie?” Alsof we keus hadden ! We moesten het niet in ons dolle hoofd halen om niet te komen. De vraag was dan ook niet: “Komen jullie?” maar “Welke dag komen jullie.” Dan volgde een maandenlang gesteggel, wie de eerste en wie de tweede kerstdag. Naarmate de dagen dichterbij kwamen nam ook de spanning in de familie toe. Wie zou er deze keer weer eens op een teen gaan staan of net de verkeerde kant uitkijken? Zou de pleuris uitbreken nog voor het eten of na het toetje? Eigenlijk hetzelfde als op een normale verjaardag zeg maar. Jaren geleden vonden we de moed om aan één kant de deur dicht te doen. Zaten we nog altijd met de andere kant die oud en der dagen zat, ziek en eenzaam vervolgens allebei de dagen in beslag nam. Ook dat is voorbij en vorig jaar mochten we al een klein beetje proeven van vrije feestdagen maar toen was alles nog zo vers en het gips er net af en dat gaf toch een schaduw. Dit jaar gaan we er echt van genieten. Misschien geven we onszelf wel een autootjesracebaan kado of een spelcomputer. En wie weet gaan we wel gewoon uit eten met vrienden. Het kan ineens allemaal zonder verlies van serviesgoed en maandenlang nasudderen van ruzies. Zouden daarom zoveel mensen de wintersport invluchten? Of zijn er mensen die echt met plezier bij elkaar kruipen die dagen. Ja, zo’n familie hadden wij ook wel willen hebben. Maar bij ons ging de eerste bom al af als je bij aankomst je auto op een verkeerde plek zette (d.w.z. zodanig dat de buren niet konden zien dat er visite was aangekomen). De keren dat we zonder kleerscheuren een feestdag konden afsluiten zijn op de vingers van één hand te tellen. Dit jaar zullen we een mooie fles opentrekken en een toost uitbrengen. Want achteraf kunnen we er gelukkig om lachen en er met wat weemoed over praten. Ondanks alle nukken en grillen missen we ze af en toe nog weleens. Maar niet met de feestdagen !
aug 08

…….vervolg van gisteren…….
We beklommen het ene na het andere nauwe straatje en vroegen uiteindelijk maar de weg in een klein winkeltje. Vriendelijk werden we de goeie kant opgestuurd en al snel stonden we voor een deur met een brievenbus waar die overbekende naam op geschreven stond. De jonge vrouw die opendeed wist ons te vertellen dat de gezochte persoon al jaren geleden verhuisd was. Gelukkig alleen maar een paar straten verder en ze legde ons uit waar we moesten zijn. “Bij de groene tuindeur aankloppen” adviseerde ze. We klommen weer verder en waren al gauw bij het goeie adres. Mijn lief duwde de deur open en daarachter was één van de mooiste tuinen die we ooit hadden gezien. Overal wilde bloemen en struiken en verschillende terrassen en zitplekken tegen de berghelling omhoog geplakt. Midden in de tuin stond een prachtige oude dame met een allerliefst gezicht. “Woont hier meneer ****?” vroeg de moedige man naast me in zijn beste frans. “Jazeker” was het antwoord in diezelfde taal. “Volgens ons is mijn vrouw een nicht van hem” zei de held. “Dan spreken jullie toch zeker wel Nederlands” riep ze “en kom toch vooral verder”. Daarna draaide ze zich om en riep: “Schat, een nicht van je uit Holland is op visite.” Het moment dat toen volgde vergeet ik mijn hele leven niet meer. Uit het huisje bovenaan het pad kwam een grote oude man die sprekend op mijn vader leek. Mijn vader, 15 jaar ouder en opgestaan uit de dood. De herkenning was direct en wederzijds. We werden met open armen ontvangen en deden vanaf dat moment niets anders dan praten (en eten en drinken). In de schaduw onder de bomen kwamen alle familieleden voorbij. Prachtige avonturen en verhalen van een geweldig leven hoorden we aan. Alles moesten we vertellen van hoe het iedereen vergaan was na zijn vertrek vele, vele jaren terug. Pas ’s avonds laat vertrokken we weer en vanaf dat moment schreven we dikke brieven. Vrijwel ieder jaar daarna zijn we gaan logeren in het prachtige zelfgebouwde gastenhuisje in de tuin en altijd waren de bezoeken warm en vol prachtige momenten. We leerden de echte ratatouille maken en bewonderden de fantastische schilderijen, want de man bleek dus een groot portretschilder te zijn geworden in zijn leven. De laatste keer dat we er waren bezochten we zijn graf. Een mooi graf met veel bloemen en uitzicht op zee.
Die bladzijde uit dat telefoonboek heb ik nog altijd.
|
|
Recent Comments