jul 07
Afijn, we hadden een aantal weken vrij en zouden weleens even een aantal daagjes naar Bergen aan Zee ofzo. Leuk hotelletje gevonden op internet. Straks even boeken! riepen we jolig. Maar eerst even boodschappen doen. Komen we langs het reisburo en voor we het wisten zaten we in het vliegtuig naar Kos. Lollig hotelletje gevonden daar en vanzelfsprekend All Inclusive.
Gegeten, gedronken, gezwommen, gelezen en geslapen. En uiteraard weer eens in zo’n vliegmachine gezeten. Dankzij De Man (daar heb je echt wat aan, aan zo’n man) zaten we op de LBS (Lange Benen Stoelen) en op de terugweg op de eerste rij. Ook lekker veel ruimte. Het blijft een belevenis dat vliegen. Mijn hersens denken iedere keer weer dat het deze keer wel fout zal gaan. Gelukkig zijn er veel hersens in zo’n vliegtuig die dat denken. Dat merk je wel als je goed op mensen let.
De Man heeft er weinig last van en mag dan ook bij het raampje zitten. Want ik blijf fijn voor me uit staren en mediteer dat ik in een bus zit. “Ik zit in een bus, ik zit in een bus, etc.” Gaat zo’n ADHD-piloot omroepen dat we op 12 km hoogte vliegen en dat het buiten 58 graden onder nul is. Vroeg ik om die informatie? Zat ik daarop te wachten? Hou toch je kwek!
Terug van een heerlijke vakantie vlogen wij in het donker en met heel helder weer. Toen had ik zelfs de moed om over De Man heen te gaan hangen en uit het raampje te kijken naar alle prachtige lichtjes beneden.
“Waar zijn we?” vroeg ik zachtjes. “Geen idee” zei De Man “ik kan hiervandaan de borden niet lezen.”
Hij had piloot moeten worden. Dat zijn ook van die grapjurken.
okt 09
Soms heb je geen keus. Als je ver weg wilt en binnen een redelijk aantal uren in de warme zon wilt liggen/zitten/zwemmen dan moet je een vliegtuig in. Zo gezegd, zo gedaan. Leuk is anders. Een hobby gaat het nooit worden maar het zal me ook niet tegenhouden. We hadden een klein vliegtuig. Ik vind een Boeing 737-800 een klein vliegtuig. Drie piepkleine poppenstoeltjes, dan een gangpad waar een cavia nog klem komt te zitten en dan weer drie piepkleine poppenstoeltjes. Het opstijgen is redelijk spectaculair. Lekker achtbaanspannend zal maar zeggen. Tijdens het vliegen kun je net doen of je in een bus zit.
Tenzij die omhooggepromoveerde buschauffeur die in de cockpit zit zonodig moet gaan omroepen dat we 12 km hoog zitten en dat het 45 graden onder nul is buiten. “En als u aan de linkerkant uit het raampje kijkt ziet u Nice liggen.”
Sodemieter toch op. Ik wil toch helemaal niet uit het raampje kijken en zien dat ik niet in een bus zit. En dan een half uur voor het zover is omroepen dat we gaan landen. Een half uur !!! Ik haat landen. Als zo’n ding eenmaal in de lucht zit dan ook maar in de lucht blijven. Tot overmaat van ramp zaten we op de terugweg op de achterste rij in het vliegtuig. Voordeel daarvan was dat we als eerste aan de beurt waren toen de saucijzenbroodjes langskwamen. Die waren twee rijen later al op. Nadeel was dat ik tussen twee vrolijke tiepjes ingeklemd zat. Aan het raampje De Man die voortdurend riep: “Kijk dan Net, kijk dan hoe mooi.”
“Neehee!!” riep ik dan en bleef stug voor me uit staren. Aan de linkerkant een mevrouw die vroeg of ik landen eng vond. Ik bevestigde dat en terwijl de huisjes beneden steeds groter werden jubelde ze jolig: “Ach, wij gaan altijd op de achterste rij zitten want als er iets fout gaat tijdens de landing is dit de veiligste plek.”
Het was een geweldige vakantie. En vliegen is nog altijd veiliger dan het doorsnee personeelsuitje van vandaag de dag.
okt 04
Da’s me nou ook wat moois: heeft ons aller Cornette eindelijk haar afkeer van alles wat zich niet over vaste bodem voortbeweegt overwonnen, en dan kan ze weer geen verslag doen van haar avonturen daar in den vreemde.
Zij en De Man zijn tot de Wereldburgers toegetreden, maar nou blijkt het inburgeren daar toch ietwat tegen te vallen. De toetsenborden daar hebben blijkbaar een andere indeling en dus zitten al je gewone leestekens plus wat gewone letters op een andere plek, met alle leuke gevolgen van dien.
Overigens ken ik dat gevoel nu zelf ook, want sinds kort heb ik er op m’n werk een Zuid-Afrikaanse collega bij gekregen en die praat en mailt zo ongeveer in dezelfde opmaak als Cornette in haar opstel. Duidelijk niet zo simpel om te volgen, dus. Overigens een prima gast en méér dan slim.
Ben héél benieuwd hoe trouwens de lokalen daar hun Nederlandse Inburgeringscursus invullen en uittypen: als dat ook op diezelfde toetsenborden moet dan snap ik wel dat er veel niet slagen!
En hoe zou het gaan met het Inburgeren ter plekke van Cornette en De Man daar? Zou dat daar ook verplicht zijn, of is men gewoon blij dat ze komen logeren en talen ze ook niet naar ‘de lokale identiteit’?
Dan bevinden ze zich in prima gezelschap, want ook onze eigen aanstaande koningin, Maxima, is nog steeds op zoek naar ‘de Nederlandse Identiteit’, zoals ze gisteren vertelde bij de presentatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Volgens haar bestaat die eigenlijk niet, net zomin als een Argentijnse identiteit of van welk land dan ook. We denken in Nederland nog teveel zwart-wit.
Kijk, da’s andere koek dan lukraak roepen dat al die vreemden maar weg moeten en dat een dubbel paspoort verboden zou moeten worden. Er blijft tenslotte gelden dat het niet erom gaat wie mensen zijn, maar wat mensen doen en kunnen. Zo bezien is komt volgens mij ook de kreet ‘inburgeren’ in een heel ander licht te staan: die mag je best handhaven, alleen niet zo eng binnen landsgrenzen, maar verbreed tot de hele wereld: ‘wereld-inburgeren’. En dan kén ik nog wel enkele lieden met een ernstig beperkte blik en een bijbehorende vernauwde geest die ik dan graag een cursusje ‘wereld-inburgeren’ zou willen laten volgen!
Dus: Cornette en De Man: laat je door zo’n dwarse toetsplank niet hinderen, maar geniet vrij en blij van dat andere plekje op ons aller wereld. Bang voor ‘dichtgroeien’ door veel eten en drinken hoeven jullie ook al niet meer te zijn. Niet alleen staat weldoorvoed zijn daar in hoog aanzien, maar ook: mochten jullie dik en rond terugkeren straks, dan kan er een speciale ambulance geregeld worden voor het vervoer. En dat vervoer kan dan ook wel eens naar de dichtstbijzijnde sportschool zijn, waar jullie de pondjes-teveel er weer af kunnen trainen: dat is namelijk gratis in het basispakket Ziekteverzekering opgenomen. Ja,ja, allemaal ingesteld tijdens jullie afwezigheid!

aug 07
Dat heb je weleens. Dat je iets leest en dat dan je nekharen overeind gaan staan. Eerst weet je nog niet helemaal waarom maar bij het overlezen van het stukje gaat het alarmlicht knipperen in je kop.
Had ik bij het doorspitten van een reisgidsje aangaande de vakantie in september. In dat reisgidsje stond een stukje over Alleenreizende vrouwen.
Lees even mee:
Vrouwen die alleen reizen moeten erop voorbereid zijn dat ze voortdurend zullen worden lastiggevallen. Helaas hebben ook op Djerba enkele Europese exemplaren van het vrouwelijk geslacht er door hun aanstootgevende gedrag voor gezorgd dat de mannen intussen het idee hebben dat alle vrouwen die alleen reizen op zoek zijn naar een spannend avontuurtje.
Pardon? Pardon? Krijg snel zweetpukkeltjes. Vrouwen die op zoek zijn naar een avontuurtje vertonen aanstootgevend gedrag? En derhalve is het hun schuld dat niet-avontuurtjes zoekende en alleenreizende vrouwen voortdurend worden lastiggevallen? En die grabbelende en graaiende mannen kunnen er niks aan doen want het is allemaal de schuld van die Europese exemplaren die wel bepoteld wilden worden?
Nu zijn er mannen die regelmatig alleen afreizen naar landen als Thailand of Brazilië enzo, uitsluitend met het doel daar de wereld eens van een andere kant te (ont)dekken. Heeft dit tot gevolg dat niet-alleenreizende mannen in die landen voortdurend lastiggevallen worden door vrouwen die denken dat je dus naar believe vrijuit in alle langslopende zwemshorts kunt graaien?
Neen. Driewerf neen. Aan wie ligt het dan? Inderdaad. Prima antwoord.
Kijk, ik snap het wel. De cultuur is daar anders. Om die reden waarschuwde De Man mij al dat ik daar ook niet alles kan uitkramen wat ik hier doe. Want dat zijn die mannen daar niet gewend. Gelukkig is mijn Frans niet goed genoeg om de boel daar op stang te jagen.
Maar mijn Engels wel.
Slik. Ik mag wel vast gaan oefenen.
jul 28
Zwarte zaterdag dit weekend. Heel Parijs trekt naar het zuiden net als veel Duitsers die dit weekend vakantie krijgen. En ook dit jaar zullen een aantal mensen niet veilig aankomen.
Doet me denken aan een vakantie van heel lang geleden toen wij ook eens in die periode vertrokken. ’s Ochtends rond een uurtje of 11 stond ik mij op te frissen in een toiletgebouw bij een groot benzinestation in Lyon. De vrouw naast me begon een praatje. “Wij zijn vanmorgen om vier uur vertrokken uit Bloemendaal en kijk eens? Nu al in Lyon. En jullie?”. Vrolijk vertelde ik haar dat wij twee dagen geleden al op pad waren gegaan. “Neeeeee” zei ze “hebben jullie pech gehad onderweg?”.
“Welnee” vertelde ik “we zijn over piepkleine weggetjes gereden. Langs snoeperige dorpjes waar je vaak geweldig lang en lekker kunt lunchen. Soms kopen we van alles in kleine winkeltjes en liggen een uurtje of wat op een mooie plek te soezen. In het eerste hotel was het erg gezellig en werd het wat laat en dus vertrokken we niet zo vroeg. De tweede nacht (na een dag tussen de wijngaarden) sliepen we bij de zigeuners. Veel muziek, dans en drank en douchen kon niet want de lamp hing aan een kroonsteentje net onder de waterstraal. Dus sta ik me nu even op te frissen.”
Ze begreep er geen jota van en zei: “Maar je wilt toch zo snel mogelijk op de plaats van bestemming zijn? Wij komen over een paar uur al aan op de camping en hebben dan nog de hele dag. Waar slaap jij dan vanavond?”
“Waar ik altijd slaap.” zei ik “In de armen van mijn geliefde. En wat is eigenlijk de plaats van bestemming? Is dat niet altijd de plek waar je samen het leven viert?”
Inmiddels stond ik tegen een wasbak te praten want ze was al weer weg.
Op weg naar de plaats van bestemming.
feb 05
Been there. Done that, zoals de Amerikanen zeggen. Het is alweer wat jaartjes geleden maar veel details van die reis zitten rotsvast in mijn geheugen. Niet alleen vanwege het reisdagboek en de vele uren film. Ze zitten daar gewoon, die herinneringen. Zoals dat afgelegen gebied waar hier en daar een caravan stond of een motorhome. Indianen. Van die hele echte. Alleen zagen ze er niet uit als Indianen. Van dichtbij bleken het heel gewone mensen te zijn met gewone kleding en gewone kinderen enzo. Ze woonden in een “reservaat” en in dat reservaat woonden alle Indianen die het tot op de dag van vandaag verdommen om zich als Amerikaans Staatsburger te laten registreren. Als straf zijn er voor hen geen (sociale) voorzieningen. Ze houden zich in leven door aan langsrijdende toeristen zelfgemaakte souvenirs te verkopen. Of ze werken in Hotels die zich binnen het reservaat bevinden. Dat zijn er niet veel maar ze zijn er wel. Wij aten en sliepen in zo’n Hotel. Geen alcohol want Indianen schijnen nogal heftig te reageren op alcohol en dus verboden. Wel Amerikanen die de aldaar werkende Indianen met de grootste minachting behandelden. Er zullen ook wel Indianen zijn geweest die buiten het reservaat een (illegale) baan hadden om in hun levensonderhoud te voorzien. Geen huizen. Verboden een huis te bouwen. Zou het nog bestaan? Ik denk het wel al hoor je er nooit iets over. Gek is dat, dat je er nooit iets over hoort. Gek is dat, dat George Dubbeljoe nooit de neiging heeft gehad om deze mensen te “bevrijden”. Heel gek. Rustige en geduldige mensen zijn het, die Indianen. Ze wachten rustig op wat er komen gaat (of niet). Ze gooien niet met bommen. Ze steken geen gebouwen in brand. We maken ons om veel dingen erg druk in deze wereld. Maar helaas niet om alles.
sep 14

Nooit zullen we het vergeten. Hotel Europe in Chatillon sur Seine. Vele jaren vaste stopplaats onderweg van Zuid Frankrijk naar Nederland. Als je er binnenstapt dan is je eerste gedachte zeker niet dat je hier wilt blijven. Wij deden dat wel en hadden er nooit spijt van. Gniffelend zagen we nieuwkomers rondkijken en weer vertrekken. Fout ! Fout ! Fout ! Maar ja, het is een drukke Brasserie met als bijzaak Hotel op een slecht punt in een klein stadje. Heel fel TL-licht met een hele zooi ongezellige plastic tafeltjes. Het bed op de kale hotelkamer was echt Frans en dus zakten we in de loop van de nacht allebei naar het midden van het bed. Maar dat heeft ook zo zijn voordelen. Het ritueel van de dag verliep altijd hetzelfde. Tot een uur of zeven bleef alles licht en ongezellig en rond die tijd braken hier en daar wat kleine gevechtjes uit. De overvloedige wijn van de streek werd de stamgasten dan iets teveel en oude vetes kwamen bovendrijven. De obers begonnen met strakke hand de vechtersbazen de deur uit te werken. Rond acht uur voltrok zich het wonder waar we iedere keer weer versteld van stonden. De TL-buizen gingen uit en de zachte romantische verlichting ging aan. Plastic tafels werden bedekt met roze linnen en glanzend servies. De menukaart kwam tevoorschijn en de zaak stroomde vol met een heel ander publiek dan de uren daarvoor. Het feest kon een aanvang nemen. Gegeten en gedronken dat we daar hebben! Om nooit te vergeten. De hele verdere avond kwam de ene heerlijkheid na de andere uit de keuken zwieren. De kaasplank als dessert bleef gewoon op tafel staan zolang je wilde. Het gekke was dat ze ons, alhoewel we er maar één of twee keer per jaar waren, herkenden. “Ha, daar hebben we die mensen uit Nederland weer.” En altijd dezelfde kamer en altijd mochten we de auto op de afgesloten binnenplaats zetten waar maar plaats was voor één auto en altijd werden we met plezier binnengehaald. Dat had misschien ietsje te maken met het feit dat we elkaar aan het begin van de nacht voorzichtig maar vastberaden de trap ophielpen. “Als jij mij nou hier vastpakt en ik jou daar dan moeten we naar DIE deur want daar is de trap.” “Nee joh, dat is de keuken.” “Neeeheee, dat is de trap.” Met veel moed, beleid en trouw vonden we altijd weer de goeie deur en met veel gelach en gegiechel en onder aanmoediging van de obers wisten we zelfs de trap op te komen. Want dat is eigenlijk de essentie van het leven hè? Dat je samen altijd weer de top van die trap weet te bereiken.
aug 08

…….vervolg van gisteren…….
We beklommen het ene na het andere nauwe straatje en vroegen uiteindelijk maar de weg in een klein winkeltje. Vriendelijk werden we de goeie kant opgestuurd en al snel stonden we voor een deur met een brievenbus waar die overbekende naam op geschreven stond. De jonge vrouw die opendeed wist ons te vertellen dat de gezochte persoon al jaren geleden verhuisd was. Gelukkig alleen maar een paar straten verder en ze legde ons uit waar we moesten zijn. “Bij de groene tuindeur aankloppen” adviseerde ze. We klommen weer verder en waren al gauw bij het goeie adres. Mijn lief duwde de deur open en daarachter was één van de mooiste tuinen die we ooit hadden gezien. Overal wilde bloemen en struiken en verschillende terrassen en zitplekken tegen de berghelling omhoog geplakt. Midden in de tuin stond een prachtige oude dame met een allerliefst gezicht. “Woont hier meneer ****?” vroeg de moedige man naast me in zijn beste frans. “Jazeker” was het antwoord in diezelfde taal. “Volgens ons is mijn vrouw een nicht van hem” zei de held. “Dan spreken jullie toch zeker wel Nederlands” riep ze “en kom toch vooral verder”. Daarna draaide ze zich om en riep: “Schat, een nicht van je uit Holland is op visite.” Het moment dat toen volgde vergeet ik mijn hele leven niet meer. Uit het huisje bovenaan het pad kwam een grote oude man die sprekend op mijn vader leek. Mijn vader, 15 jaar ouder en opgestaan uit de dood. De herkenning was direct en wederzijds. We werden met open armen ontvangen en deden vanaf dat moment niets anders dan praten (en eten en drinken). In de schaduw onder de bomen kwamen alle familieleden voorbij. Prachtige avonturen en verhalen van een geweldig leven hoorden we aan. Alles moesten we vertellen van hoe het iedereen vergaan was na zijn vertrek vele, vele jaren terug. Pas ’s avonds laat vertrokken we weer en vanaf dat moment schreven we dikke brieven. Vrijwel ieder jaar daarna zijn we gaan logeren in het prachtige zelfgebouwde gastenhuisje in de tuin en altijd waren de bezoeken warm en vol prachtige momenten. We leerden de echte ratatouille maken en bewonderden de fantastische schilderijen, want de man bleek dus een groot portretschilder te zijn geworden in zijn leven. De laatste keer dat we er waren bezochten we zijn graf. Een mooi graf met veel bloemen en uitzicht op zee.
Die bladzijde uit dat telefoonboek heb ik nog altijd.
aug 07

Het is en blijft een onwaarschijnlijk verhaal en het is maar goed dat mijn lief er getuige van is geweest want soms geloof ik mijn eigen herinneringen niet. Met dit verhaal kan ik ongetwijfeld zo naar het programma “Wonderen bestaan wel” of hoe heet het ook alweer. Doe ik niet. Ik vertel het aan jullie als vakantietijdvermaak.
In mijn jonge jaren (heel lang geleden) gingen er af en toe geruchten in de familie dat mijn vader een neef zou hebben die naar Frankrijk vertrokken was. De man was kunstenaar en dus absoluut geen onderwerp van gesprek aan die kant van de familie. Althans, niet hardop. Niemand hoorde of zag ooit iets van hem en uiteindelijk stierven de verhalen uit en twijfelde men zelfs aan zijn bestaan. Vele jaren later, zo begin jaren negentig, waren wij halverwege de 30 en voor de weet-ik-hoeveelste keer op vakantie in Zuid Frankrijk. We zaten op een camping in Castellane en bedachten dat het wel leuk zou zijn om een paar dagen aan de kust rond te kijken. Tasje gepakt en campingbeheerder medegedeeld dat we na een paar dagen wel weer op zouden duikelen. In de auto en weg waren we. Eénmaal aangekomen in Nice vonden we een Hotel aan de boulevard en genoeg vertier in de omgeving. Die avond kwamen wij voldaan en vrolijk terug van een goed restaurant en ploften op de kamer neer. En wat doet een mens op een hotelkamer behalve nog een flesje opentrekken? Je kijkt wat rond en trekt wat laatjes open. Wat lag daar onderin het kastje? Een heel, heel erg dik telefoonboek van Nice en alle dorpjes in de wijde omgeving. Waarom ik toen deed wat ik deed weet ik niet. Ik pakte het boek, sloeg het op een willekeurige bladzijde open en wees met mijn vinger een plek aan. En daar ……… daar net boven mijn vinger stond de weinig voorkomende naam van mijn vader, mijn meisjesnaam. Het duizelde me ietwat en ik scheurde van schrik de bladzijde uit het boek. “Wat doe je nou?” vroeg liefgenoot. “Kijk, kijk dan!” riep ik. Hij keek en besliste dat we daar de volgende morgen eens een kijkje zouden nemen. “Mooi niet, dat durf ik heus niet” stribbelde ik nog tegen maar er was geen praten tegenaan. De volgende morgen stapten we in de auto en reden langs de lange mooie kustweg in de richting van Italië. Het was veel verder weg dan we dachten en pas een paar uur later parkeerden we de auto op het dorpspleintje hoog in de bergen met uitzicht op de Middellandse Zee. Nu nog het kleine straatje zien te vinden.
……morgen deel twee……
jul 28

We leven in een tijd dat we wat scheef kijken naar rugzakken op stations en in metro’s. Zijn we veilig? Gaat het ons ook gebeuren? Waarschijnlijk wel. Maar eigenlijk kan het je altijd en overal overkomen. Ik herinner me nog dat ene hotelletje in Luxemburg. Lang, lang geleden, toen we nog jong en onbezonnen waren, trokken we met ons autootje richting het Zuiden. Wat we deden onderweg weet ik niet meer maar we kwamen niet ver die eerste dag en zochten een hotelletje in Luxemburg. Nu, vele jaren later, weet ik dat de hotelletjes die mijn lief uitzoekt meestal pas later leuk zijn. Na de vakantie, als je het aan vrienden zit te vertellen. Toen wist ik dat nog niet. Het gevonden hotelletje lag wat afgelegen in de bossen en had een leuk Italiaans restaurant. De juffrouw achter de receptie zou op de Wallen geen gek figuur geslagen hebben. Heel strak in iets korts en het haar hoog en blond. Er was nog een kamer en wij installeerden ons voor de nacht. Na een opfrissertje togen wij naar het restaurant en bestelden daar een leuke maaltijd. Nog maar net voorzien van onze gerechten zwaaide de buitendeur open en wat daar binnenkwam deed de haren over ons hele lijf overeind gaan staan. Nu zijn we niet bang uitgevallen en zeker toen nog niet maar dit was absoluut niet goed. Een grote man met een dikke jas los over de schouders en een gleufhoed. Wat het echter onplezierig maakte was de troep bodyguards om hem heen die overduidelijk gewapend waren. Er daalde een ijsdeken over het hele restaurant en iedereen begon te vliegen en te rennen om het Al Capone naar de zin te maken. Alles kwam uit de kast. Sigaren, champagne en een heerlijke biefstuk die door zijn bewaakapen voor hem gesneden werd. Wij waren de enige vreemde eenden in de bijt en overduidelijk niet welkom. Voor ons dat op wat minder vrolijke wijze duidelijk gemaakt kon worden vertrokken wij snel naar onze kamer alwaar wij de kasten, stoelen en tafels voor de deur schoven. We hebben nog wel wat geslapen maar vertrokken de volgende morgen vroeg met de snelheid van het licht. Het kan je overal overkomen en het hoeft helemaal geen terrorist met een rugzak te zijn.
Recent Comments