Stamboompluizers

Soms denk ik terug aan de tijd dat ik met mijn eigen en nogal zeldzame meisjesnaam terug te vinden was op internet. Dat had gevolgen. Je bent namelijk nogal makkelijk op te googelen en er zijn een heleboel van die stamboompluizers die de godganselijke dag hun familie via internet proberen uit te breiden. Binnen de korste keren krijg je dus van die e-mailtjes met vragen waarop je eigenlijk geen antwoord weet maar ook helemaal niet wilt weten. “Ben jij familie van ….?” Mens, wat kan mij dat schelen. Ik heb geen familie meer en wil dat graag zo houden. Of van die mailtjes met de vraag of ik wel weet dat wij familie zijn van die bekende Nederlandse schrijver? Ja, weet ik. Ken hem niet, nooit iets van hem gelezen en ook niet van plan. Of ik wel weet dat ik familie ben van een kunstschilder die …? Jaaaaa, weet ik ook. Die is inmiddels overleden maar ik heb hem nog een aantal keren ontmoet. Dat had ik niet moeten zeggen want toen was de beer helemaal los.
Het ergste was de neef uit Amerika. Een deel van onze voorouders besloot rond 1850 wat indianen te gaan uitmoorden aan de overkant van de oceaan en daar is hij een afstammeling van. In het eerste mailtje kreeg ik direct voor de kiezen dat hij een ultrarechtse dominee is die het volledig eens was met de inval in Irak en een groot bewonderaar van Bush en of ik even kon bevestigen dat Rembrandt één van onze voorouders was? Dat kon ik niet en ik verwees hem naar de weblog van een ultraconservatieve Amerikaanse blogger alwaar hij zeker vriendjes zou vinden. Binnen twee mailtjes waren we in een politieke cyberoorlog verwikkeld. Stamboompluizers zijn echter net vlooien. Op het moment dat je denkt de laatste gevangen te hebben komen er in de hoeken weer wat eitjes uit. Hij liet dus niet los en bleef me de groetjes sturen van “je neef” uit Amerika. Op een gegeven moment kun je niets anders meer doen dan virtueel onderduiken en je eigen naam in de spamlijst zetten.
Lekker rustig.

This entry was posted in Thuis. Bookmark the permalink.

9 Responses to Stamboompluizers

  1. Indigo says:

    Stamboompluizers als luis in een pels, heel irritant.
    Nu heb ik een grote familie (met een tamelijk zeldzame achternaam) en heb slechts één maal een luis (uit het verre Amerika) op bezoek gehad, dus ik heb geen klagen.

  2. Radar says:

    Ik houd mijn stamboom gewoon zelf kort en overzichtelijk.
    Is het risico van luizen [al of niet amerikaans] zeer beperkt.

  3. Corrie says:

    Ik heb m’n stamboom al lang geleden uitgeplozen maar zou daar zeker nooit anderen mee lastig vallen.

  4. Renesmurf says:

    En dan te bedenken dat er niks van die stambomen klopt.
    De lijn van de vader wordt altijd gevolgd, alsof je geen kind van je moeder bent.

  5. Lucide says:

    Mijn familie is zo enorm groot dat je aan de dichtstbijzijnde groep al méér dan genoeg hebt. Pluizers …. geen last van. En beroemdheden in de familie ook vast niet, hoewel ik zonder die pluizers daar nooit achter zal komen…. Ach who cares … ik ben van mezelf al beroemd genoeg 😉

  6. Fleur says:

    Een van mijn opa’s was een belangrijke admiraal in de vloot van Prins Hendrik en zelfs mijn meisjesachternaam , via een andere grootvader, staat in de betere encyclopedie. En beide kanten gaan gedrukt onder een wapen. Aangenaam!

  7. helffer says:

    Ik zou niet eens willen weten wie mijn voorouders zijn. Ik heb ouders en waar die van afstammen wil ik echt niet weten.

  8. JeeBee says:

    In de vorige eeuw (jaren ’80) is er iemand zo ‘aardig’ geweest om de stamboom van vaders kant in een ‘familieboek’ neer te zetten. Ik heb dus van dit soort luizen geen last meer. 😉

  9. Jeanine says:

    Nu ben ik pas echt nieuwsgierig geworden naar je meisjesnaam. Sja, dat ben ik weer hè;-)