Kijken in je eigen ziel

needyou

Sinds de eerste serie in 2012 kijken wij ademloos naar het programma Kijken in de ziel met Coen Verbraak.
Deze zomer met topondernemers waaronder Rijkman Groenink.
Een man die in de geschiedenisboeken is bijgeschreven als “graaier” en die naam zal hij nimmer meer kwijtraken.
Coen Verbraak sprak hem daarop aan en op dat moment toonde Rijkman Groenink een gezicht dat ik nog niet eerder van hem zag. Verontwaardiging en emotie.
Hij? Een graaier? We zien het helemaal verkeerd. De 26 miljoen aan aandelen die hij bij zijn vertrek kreeg had hij zelf bij elkaar gesprokkeld in de 20 jaar daarvoor.
De 2 miljoen aan salaris per jaar was een aanwezigheidspremie. Hij had het zelf allemaal niet beslist. Hij kon er niets aan doen.
In eerste instantie bekijk je zo’n interview met verbijstering. Kan het echt waar zijn dat hij zo denkt? Waarschijnlijk wel.

Later vroeg ik mij af of wij, ja jij ook, het zoveel anders gedaan zouden hebben in die positie. Ik denk het niet. Sterker nog. De meeste van ons graaien net zo hard als we de kans krijgen.
En of het nou om een paar tientjes gaat of om 26 miljoen maakt dan voor het principe niet uit.
Vraag eens aan jezelf wat je doet als je 28 miljoen zou winnen in de Staatsloterij. Ik weet het antwoord van de meeste mensen wel. Maar met het gelukkig maken van anderen en/of goeie doelen zal het weinig te maken hebben. Ja, kinderen en kleinkinderen tellen we niet mee.
Ooit heb ik weleens gedacht dat ik in zo’n geval veel ga weggeven aan mensen om mij heen. Langzaam maar zeker begint het toch door te dringen (en dat werd verdomd weleens tijd ook) dat dat wellicht niet zo verstandig is.
Althans, dat lijstje met namen wordt steeds korter. Want waarom zou ik? Paarlen voor de zwijnen. Ik kom er steeds meer achter dat mijn naam ook niet op een ander zijn lijstje staat. En niet alleen als het om de hoofdprijs gaat maar helemaal niet.

En als je denkt dat wij, ja jij ook, zo echt niet in elkaar zitten en zeker geen graaiers zijn dan roep ik nog graag even de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf in herinnering. Daar weleens geweest? Goed. Hoef ik niks meer te zeggen.
Trouwens, iedere spectaculaire aanbieding in welke winkel dan ook roept dezelfde nietsontziende gulzigheid op waarbij het belang van anderen totaal ondergeschikt raakt aan onze eigen hebzucht.

Wellicht is dat de emotie die ik zag bij Rijkman Groenink. De gedachte: “Maar ben ik dan zo anders dan anderen? Zou niet iedereen in mijn plaats zo gehandeld hebben?” En is die gedachte zo vreemd als je goed om je heen kijkt?

Gelukkig zijn en blijven er altijd mensen die er genoegen in scheppen om te geven. Om te denken aan anderen. Om te delen.
Daar hoeven ze niet bij na te denken. Dat zit ingebakken en dat gaat vanzelf. Het is een tweede natuur geworden.
Je leert deze “gevers” vanzelf kennen gedurende je leven. Net als de “nemers” trouwens.
Al is het ontdekken dat mensen in je omgeving bij deze laatste groep horen een stuk minder leuk.
En het is goed om steeds weer te blijven nadenken over de vraag bij welke groep je zelf hoort. En wilt horen. Iedere dag opnieuw.

Het programma Kijken in de ziel is zeer de moeite waard om terug te kijken.

This entry was posted in Het leven. Bookmark the permalink.

Comments are closed.