De mobiele telefoon

De smartphone, u kent het vast. Als je in Nederland een kroeg binnenloopt, of een andere willekeurige openbare plek waar veel mensen komen, zie je altijd minstens een derde van de aanwezigen met de telefoon in de hand. Dat vind ik veel, je komt namelijk op een plek om samen te zijn met andere mensen of nieuwe mensen te ontmoeten. Ik heb mij al regelmatig in een gezelschap bevonden van meer dan tien mensen, waarvan er minstens zeven met de telefoon in de hand stonden. Hoogst vervelend, maar ook een slecht voorbeeld voor kinderen die nog volop in ontwikkeling zijn op het gebied van sociale vaardigheden. Een leger aan meesters en juffen op de basisschool doet elke dag de stinkende best om de kinderen goed met elkaar te laten opschieten, goed te kunnen laten samenwerken en op een plezierige manier met elkaar te laten buiten spelen. Al het werk voor niets kan ik u zeggen, beste lezer.

Taipei, zeven september 2013
Een moment van volslagen absurditeit, een moment van absolute waanzin. Ik had mij weer eens met tegenzin naar een bibliotheek verplaatst, om wat werk te verzetten. Deze keer de Public Library Taipei, naast het prachtige Da’an park. Als het park rond de Kralingse plas, maar dan in Taipei. Mensen aan het zonnen, mensen in de zon aan het werk. Kinderen aan het spelen, jongeren aan het basketballen en af en toe vloog er een metro voorbij. Enkele minuten daarvoor zat ik nog in één van die metro’s. Het was geen hele drukke metro, maar er zaten en stonden toch zeker een mannetje of vijftig, ruime schatting. Iedereen, jawel, iedereen zat met een mobiele telefoon in de handen. Alleen kinderen waarvan ik dacht zeker te weten dat ze onder de 12 waren, die hadden de handen nog vrij. Een vrouwtje, ik ben slecht in het schatten van leeftijden, van rond de zeventig zat rustig naar de telefoon te staren. Mensen die samen op stap waren, mompelden af en toe iets naar elkaar, maar keken vooral naar het dure apparaat in hun handen. Moeders met een kind op de arm waren achteloos berichtjes aan het versturen. Ik vroeg me af of de bestuurder van het voertuig ook naar zijn telefoon aan kijken was. Mijn eerste gedachte was om heel demonstratief naar buiten te gaan kijken, mensen aan te tikken en ze te wijzen op al de pracht en praal van buiten of om gewoon een gesprek met iemand te beginnen. Gewoon, zodat ik niet de enige zou zijn die zich niet in het digitale bevond. Maar u mag één keer raden wat ik deed, ik greep in mijn broekzak en pakte mijn smartphone…

This entry was posted in Gastschrijvers, Reizen. Bookmark the permalink.

Comments are closed.