Categorie archief: Reizen

Hotel Europe

Nooit zullen we het vergeten. Hotel Europe in Chatillon sur Seine. Vele jaren vaste stopplaats onderweg van Zuid Frankrijk naar Nederland. Als je er binnenstapt dan is je eerste gedachte zeker niet dat je hier wilt blijven. Wij deden dat wel en hadden er nooit spijt van. Gniffelend zagen we nieuwkomers rondkijken en weer vertrekken. Fout ! Fout ! Fout ! Maar ja, het is een drukke Brasserie met als bijzaak Hotel op een slecht punt in een klein stadje. Heel fel TL-licht met een hele zooi ongezellige plastic tafeltjes. Het bed op de kale hotelkamer was echt Frans en dus zakten we in de loop van de nacht allebei naar het midden van het bed. Maar dat heeft ook zo zijn voordelen. Het ritueel van de dag verliep altijd hetzelfde. Tot een uur of zeven bleef alles licht en ongezellig en rond die tijd braken hier en daar wat kleine gevechtjes uit. De overvloedige wijn van de streek werd de stamgasten dan iets teveel en oude vetes kwamen bovendrijven. De obers begonnen met strakke hand de vechtersbazen de deur uit te werken. Rond acht uur voltrok zich het wonder waar we iedere keer weer versteld van stonden. De TL-buizen gingen uit en de zachte romantische verlichting ging aan. Plastic tafels werden bedekt met roze linnen en glanzend servies. De menukaart kwam tevoorschijn en de zaak stroomde vol met een heel ander publiek dan de uren daarvoor. Het feest kon een aanvang nemen. Gegeten en gedronken dat we daar hebben! Om nooit te vergeten. De hele verdere avond kwam de ene heerlijkheid na de andere uit de keuken zwieren. De kaasplank als dessert bleef gewoon op tafel staan zolang je wilde. Het gekke was dat ze ons, alhoewel we er maar één of twee keer per jaar waren, herkenden. “Ha, daar hebben we die mensen uit Nederland weer.” En altijd dezelfde kamer en altijd mochten we de auto op de afgesloten binnenplaats zetten waar maar plaats was voor één auto en altijd werden we met plezier binnengehaald. Dat had misschien ietsje te maken met het feit dat we elkaar aan het begin van de nacht voorzichtig maar vastberaden de trap ophielpen. “Als jij mij nou hier vastpakt en ik jou daar dan moeten we naar DIE deur want daar is de trap.” “Nee joh, dat is de keuken.” “Neeeheee, dat is de trap.” Met veel moed, beleid en trouw vonden we altijd weer de goeie deur en met veel gelach en gegiechel en onder aanmoediging van de obers wisten we zelfs de trap op te komen. Want dat is eigenlijk de essentie van het leven hè? Dat je samen altijd weer de top van die trap weet te bereiken.

Wonderen bestaan deel 2

Dorpje in Zuid Frankrijk

…….vervolg van gisteren…….

We beklommen het ene na het andere nauwe straatje en vroegen uiteindelijk maar de weg in een klein winkeltje. Vriendelijk werden we de goeie kant opgestuurd en al snel stonden we voor een deur met een brievenbus waar die overbekende naam op geschreven stond. De jonge vrouw die opendeed wist ons te vertellen dat de gezochte persoon al jaren geleden verhuisd was. Gelukkig alleen maar een paar straten verder en ze legde ons uit waar we moesten zijn. “Bij de groene tuindeur aankloppen” adviseerde ze. We klommen weer verder en waren al gauw bij het goeie adres. Mijn lief duwde de deur open en daarachter was één van de mooiste tuinen die we ooit hadden gezien. Overal wilde bloemen en struiken en verschillende terrassen en zitplekken tegen de berghelling omhoog geplakt. Midden in de tuin stond een prachtige oude dame met een allerliefst gezicht. “Woont hier meneer Jabaaij?” vroeg de moedige man naast me in zijn beste frans. “Jazeker” was het antwoord in diezelfde taal. “Volgens ons is mijn vrouw een nicht van hem” zei de held. “Dan spreken jullie toch zeker wel Nederlands” riep ze “en kom toch vooral verder”. Daarna draaide ze zich om en riep: “Schat, een nicht van je uit Holland is op visite.” Het moment dat toen volgde vergeet ik mijn hele leven niet meer. Uit het huisje bovenaan het pad kwam een grote oude man die sprekend op mijn vader leek. Mijn vader, 15 jaar ouder geworden en opgestaan uit de dood. De herkenning was direct en wederzijds. We werden met open armen ontvangen en deden vanaf dat moment niets anders dan praten (en eten en drinken). In de schaduw onder de bomen kwamen alle familieleden voorbij. Prachtige avonturen en verhalen van een geweldig leven hoorden we aan. Alles moesten we vertellen van hoe het iedereen vergaan was na zijn vertrek vele, vele jaren terug. Pas ’s avonds laat vertrokken we weer en vanaf dat moment schreven we dikke brieven. Vrijwel ieder jaar daarna zijn we gaan logeren in het prachtige zelfgebouwde gastenhuisje in de tuin en altijd waren de bezoeken warm en vol prachtige momenten. We leerden de echte ratatouille maken en bewonderden de fantastische schilderijen, want de man bleek dus een groot portretschilder te zijn geworden. De laatste keer dat we er waren bezochten we zijn graf. Een mooi graf met veel bloemen en uitzicht op zee.
Die bladzijde uit dat telefoonboek heb ik nog altijd.

Wonderen bestaan deel 1

Hotel Mercure in Nice

Het is en blijft een onwaarschijnlijk verhaal en het is maar goed dat mijn lief er getuige van is geweest want soms geloof ik mijn eigen herinneringen niet. Met dit verhaal kan ik ongetwijfeld zo naar het programma “Wonderen bestaan wel” of hoe heet het ook alweer. Doe ik niet. Ik vertel het aan jullie als vakantietijdvermaak.
In mijn jonge jaren (heel lang geleden) gingen er af en toe geruchten in de familie dat mijn vader een neef zou hebben die naar Frankrijk vertrokken was. De man was kunstenaar en dus absoluut geen onderwerp van gesprek aan die kant van de familie. Althans, niet hardop. Niemand hoorde of zag ooit iets van hem en uiteindelijk stierven de verhalen uit en twijfelde men zelfs aan zijn bestaan. Vele jaren later, zo begin jaren negentig, waren wij halverwege de 30 en voor de weet-ik-hoeveelste keer op vakantie in Zuid Frankrijk. We zaten op een camping in Castellane en bedachten dat het wel leuk zou zijn om een paar dagen aan de kust rond te kijken. Tasje gepakt en campingbeheerder medegedeeld dat we na een paar dagen wel weer op zouden duikelen. In de auto en weg waren we. Eénmaal aangekomen in Nice vonden we een Hotel aan de boulevard en genoeg vertier in de omgeving. Die avond kwamen wij voldaan en vrolijk terug van een goed restaurant en ploften op de kamer neer. En wat doet een mens op een hotelkamer behalve nog een flesje opentrekken? Je kijkt wat rond en trekt wat laatjes open. Wat lag daar onderin het kastje? Een heel, heel erg dik telefoonboek van Nice en alle dorpjes in de wijde omgeving. Waarom ik toen deed wat ik deed weet ik niet. Ik pakte het boek, sloeg het op een willekeurige bladzijde open en wees met mijn vinger een plek aan. En daar ……… daar net boven mijn vinger stond de weinig voorkomende naam van mijn vader, mijn meisjesnaam. Het duizelde me ietwat en ik scheurde van schrik de bladzijde uit het boek. “Wat doe je nou?” vroeg liefgenoot. “Kijk, kijk dan!” riep ik. Hij keek en besliste dat we daar de volgende morgen eens een kijkje zouden nemen. “Mooi niet, dat durf ik heus niet” stribbelde ik nog tegen maar er was geen praten tegenaan. De volgende morgen stapten we in de auto en reden langs de lange mooie kustweg in de richting van Italië. Het was veel verder weg dan we dachten en pas een paar uur later parkeerden we de auto op het dorpspleintje hoog in de bergen met uitzicht op de Middellandse Zee. Nu nog het kleine straatje zien te vinden.

……morgen deel twee……