Bedelen

De gemeente Rotterdam gaat de bevolking aansporen geen geld aan bedelaars te geven. Het winkelend en uitgaanspubliek krijgen kaartjes uitgereikt in het stadscentrum met de tekst: ‘Wist u dat bedelaars tussen de 90 en 150 euro per dag ophalen en wist u dat velen een uitkering krijgen van 500 tot 600 per maand?’
Sinds 2003 geldt er in Rotterdam een bedelverbod. Toch worden bezoekers in het centrum nog vaak geconfronteerd met mensen die hun hand ophouden. Volgens de gemeente geven mensen geld uit medelijden en in de hoop dat de ontvanger er een warme slaapplaats mee kan bekostigen. ‘In de praktijk gaat het meeste geld op aan drugs, alcohol en gokken.’
Het doel van de antibedelcampagne is dat verslaafde dak- en thuislozen de hulpverlening opzoeken in plaats van geld ophalen om hun verslaving te financieren.

Nu we het er toch over hebben: De Miljonair Fair heeft weer alle records gebroken. De duurste auto ter wereld (1,8 miljoen) heeft ook een nieuw baasje gevonden. De schattingen omtrent de boodschappen rond de feestdagen (en dan hebben we het alleen over eten en drinken) komen uit rond de 725 miljoen euro. Sinterklaas en De Kerstman zijn ook uiterst tevreden met vele, vele miljoenen euro’s en we gaan ook helemaal uit ons fatsoen bij de aanschaf van vuurwerk dit jaar. Ik zag een krantje met daarin een megaklapper (of was het een superklapper) voor het luttele bedrag van 71,– eurietjes per stuk. Over de voedselbanken moeten we ook al niet meer moeilijk doen want waar laten we anders die miljoenen en miljoenen aan afgekeurde voedselproducten? Die rotzooi moet je toch ook ergens kwijt?
Ik kan het niet. Ik kan het eenvoudig niet. Wie ben ik dat ik bepaal waar een ander zijn geld aan uitgeeft? De bewoners van de grachtengordel in Amsterdam (en vele rijke luitjes elders in het land) leuken hun leven op met een snuifje coke. Kostbaar hobbietje maar als je het geld hebt dan mag het. Dit hele land is vergeven van de Koffiesjops alwaar je een jointje van plezier kunt scoren. Kun je het betalen dan is het prima. Geen haan die ernaar kraait. Maar als je door de maatschappij onderhouden wordt dan moet je je kop houden. In het gareel lopen en hulpverlening zoeken.
Ach, sodemieter toch op. Weet je wat het is om langs de rand van de straat te leven? Hoe voelt dat? Hoe is dat? De vraag is niet alleen of je daar op eigen kracht kunt uitklimmen. De vraag is ook: Wil je dat wel? Moeten wij als snelle yuppen-maatschappij niet gewoon accepteren dat er mensen zijn die op de rand van onze samenleving fibreren? Moet je dan die mensen dwingen om hulp te zoeken? En als ze dat niet doen? Dan zooien ze maar op in de goot.
Rotterdam. Stad van mijn geboorte. Stad van mijn grootgroeien. Laat me je dit zeggen. Als je op geen enkele andere manier die mensen kunt overhalen om uit de bagger en het ontzettend zware leven wat ze hebben omhoog te klimmen dan moet je niet het publiek voor je karretje spannen. Dan moet je niet die mensen hun plezier en ontsnapping ontnemen. Sommige mensen redden het eenvoudigweg niet in deze maatschappij. De reden doet niet ter zake. Als ik ze tegenkom haal ik mijn zakken leeg. Kan me geen ruft schelen wat jullie en anderen daar van vinden. Ik trek ook een flesje wijn open op momenten dat ik daar zin in heb. Waarom een ander niet? Omdat ze een uitkering hebben? Omdat ze op kosten van de staat (en dus samenleving) leven? Nou en?

This entry was posted in Thuis. Bookmark the permalink.

15 Responses to Bedelen

  1. Rose says:

    Het blijft moeilijk. Ik kom in R’dam (niet geboren, maar m’n leven speelt zich er wel af ;-)) iedere keer dezelfde mensen tegen, en zal niet iedere keer wat geven. Maar je hart wil die mensen helpen… ik kan me niet voorstellen dat mensen KIEZEN om aan de rand van de maatschappij te bungelen, ieder zal op zijn manier daarin zijn beland, en ik denk dat mensen te makkelijk denken dat ‘ze het anders hadden moeten doen’…

  2. Harry says:

    Je hebt de tegenstellingen in de maatschappij weer treffend weergegeven. Klasse !!!

  3. Renesmurf says:

    Ik dacht dat leefbaar rotterdam niet mee meedeed daar, en dat nu de pvda aan het regeren was.
    Dus dit beleid berbaast me, we moeten juist goed voor elkaar zorgen in dit land.

    sinterklaas is overigens door minder mensen gevierd dan vorig jaar, en volgens mij komt dat omdat mensen het niet zo breed hebben.

  4. She says:

    Je hebt helemaal gelijk. Het publiek vragen niet meer te geven aan bedelaars is niet de manier om mensen te helpen. En inderdaad, sommige mensen redden het om wat voor een reden niet in deze samenleving, dat is sneu en ik betwijfel of hard optreden wat oplost.

  5. klaproos says:

    ik geef omdat ik dat wil:-)
    en als ik die mensen zie staan.. en ik heb wat bij me…
    gerust…
    want ik heb net als jij…
    ik neem ook een drankje wanneer ik dat wil….
    en niet omdat iemand zegt nú mag het 🙂

    cornette.. ehhhh ” proost hé”

    groetjes
    klaproos

  6. Indigo says:

    Wat Rotterdam doet, is het paard achter de wagen spannen.
    Eerst maar eens zorgen dat mensen die het nodig hebben/vinden om te bedelen een menswaardig bestaan krijgen en dán kan je verder praten.
    Ik geef en blijf geven.
    Omdat ik niet anders kan en mijn hart moet volgen.

    Indi

  7. hanneke says:

    toch vind ik dit wel een moeilijk onderwerp: ik word ook wel (niet in Rotterdam, maar in Groningen) aangesproken door mensen die een eurotje willen voor het slaaphuis. Je weet gewoon van te voren dat het niet aan het slaaphuis wordt uitgegeven, en dat zal me toch een zorg wezen. Als ze geld hebben mogen ze ook zelf weten waaraan ze het willen uitgeven, dat doe ik zelf ook, maar toch. Maar soms kost het me, ondanks dat, toch moeite om ze geld te geven. Wat zegt dat over mij???

  8. zeppo says:

    Als ik naar a’dam heen en weer moest beperkte ik het tot één per dag.
    Behalve als het een vrouw was, liever dat ik haar drugs betaal dan zo’n goorlap achter het station

  9. CiNNeR says:

    Hier staat menig keer voor de Supermarkt een vrouw met een soort daklozenkrantje (er staat eigenlijk niets in, wat advertenties). In het begin gaf ik haar soms wat zonder krantje mee te nemen, met hetzelfde idee als hier beschreven is. In de loop der tijd viel me echter op dat haar kleding een stuk nieuwer en beter oogt dan de mijne. Dat ze kinderen had die stinkdure luxebroodjes gingen halen voor d’r, van die broodjes die ik oversla vanwege budget. Dat zij speelgoed meesleepten wat in een grachtenpand niet zou misstaan.

    Sindsdien geef ik niets meer aan haar. Ik bleek het zelf een stuk beter te kunnen gebruiken.

  10. GdeB says:

    Het was op Utrecht CS. Zwerver vraagt aan man een euro. Man in kwestie zegt: goed krijg je maar je eet dan met mij een hamburger.
    Zwerver loopt weg. Maar zo kan het ook, blijkbaar

  11. Cornette says:

    @GdeB. Zo deden (doen) wij het ook altijd. Extra boterhammetjes in je tas om uit te delen. Of handschoenen in de winter of een dikke trui. Vrijwel altijd zijn ze er blij mee.

  12. Radar says:

    Zo is dat. Geen geld geven maar dingen, waarvan je mag aannemen, dat ze er wat aan hebben.
    Wat overigens niks afdoet aan het hoge onsymphatiekheidsgehalte [2 x woordwaarde + 3 letterwaarde…wow dat scoort] van de actie van de Gemeente R’dam.

  13. fialas says:

    Mijn munten gaan altijd naar muzikanten, Heb ik het goed gezien of worden dat er steeds minder. Ik pleit voor muzikanten op straat: Roemen, Bulgaren of Russen, dat vind ik het mooist. En die dweilmuziek uit zo’n keten van luidsprekers van de middenstand moet gesaboteerd worden.

  14. yvonnep says:

    Gelukkig maar dat ondertussen duidelijk is dat de methode Rotterdam weinig navolging krijgt. Wat ik in mijn zakken heb of snel bij de hand komt ook in handen of wat dan ook terecht.

  15. Marius says:

    Gisteravond om 17.10 uur op de markt mijn auto geparkeerd. Onderweg naar de automaat blijkt dat er maar twee muntstukken van 50 in de portemonnee zitten. Ik kom een kwartier tekort. Om geen boete te riskeren rook ik een sigaretje. Het is koud en mistig. Daarna twijfel ik, maar waag het er voor acht minuten te weinig in te gooien. De munten vallen. “Goedenavond meneer. Mijn excuses voor het oponthoud. Mijn naam is W., Eddy, ik ben een dakloze. Heeft u misschien een kleine bijdrage voor een slaapplek vannacht?” “Tsje, ik doe juist de twee laatste munten in de parkeerautomaat.” Ik heb de portemonnee nog in de hand en toon hem het lege vak. “Nog geen dubbeltje, het spijt me.” “Niets aan te doen meneer, maar een heel goede avond gewenst.” “Ja, u ook.”
    Hij wandelt weer door. Ik leg het kaartje in de auto en loop naar waar ik heen moet. ‘En als die man je nu een halve minuut eerder had aangesproken, wat dan?’ ‘Ja, wat dan.’ ‘Dan had ik even geaarzeld, maar dan gezegd, okay, ieder de helft.’ ‘Geloof ik niet, kwam je twintig minuten te kort.’ ‘Ja, dat is zo, maar voor ik me dat realiseerde, had ik het al gezegd, ieder de helft.’ ‘Je bent niet wijs.’
    (Op mijn weblog schreef ik in november in 4 postjes over het bestaan van daklozen, ruim 30 jaar ‘mijn vakgebied’.) Iedereen niettemin een goede kerst. Marius